Multiculti-club Feijenoord vertrekt uit de wijk: ‘Leden komen nu lopend’

HC Feijenoord mag zich de enige écht multiculturele hockeyclub van Nederland noemen. De club slaagde erin veel leden uit de omliggende zogenoemde ‘prioriteitswijken’ aan te trekken, wat het ledenbestand een stuk kleurrijker en meer divers maakt dan de gemiddelde hockeyclub. Nu staat er echter een verhuizing voor de deur, vertelt clubpedagoog Marianne Dekker.

De Rotterdamse club gaat er qua faciliteiten alleen maar op vooruit. Door de verhuizing naar de Sportcampus, achter De Kuip, gaan ze van één naar twee velden en krijgen ze een groot en modern clubhuis tot hun beschikking, dat ze delen met twee voetbalclubs. ‘Nu hebben we een keet, zonder verwarming’, vertelt Dekker. ‘Als het regent lekt het dak. Als er een club uit bijvoorbeeld Wassenaar hier komt hockeyen, hoor je ze zeggen: ‘Zouden ze hier wel toiletten hebben?’.’

Antilliaanse moeder wordt coach

Toch is de huidige locatie ook de trots van de Rotterdamse club. Feijenoord grenst aan vier prioriteitswijken in Rotterdam. Wijken met sportarmoede en een moeilijke doelgroep voor de elitesport waar veel mensen hockey nog altijd voor aanzien. Dekker stond zeven jaar geleden aan de wieg van de club en is de eerste contactpersoon op de site. Haar functieomschrijving is er eentje die je nauwelijks ziet bij andere verenigingen: pedagoog en docent.

Ze is nodig bij HC Feijenoord, waar veel kinderen en ouders een migratie-achtergrond hebben en in het begin weinig weten van hoe het er op sportclubs in Nederland aan toe gaat. Dekker: ‘Neem bijvoorbeeld vrijwilligers vinden. Als je een Antilliaanse moeder bent en je hebt nog nooit van hockey gehoord: word je dan coach van een team?’ Nee, ben je geneigd te antwoorden, maar Dekker doet er alles aan om dat juist wél te laten gebeuren. Vaak met succes. ‘We zorgen ervoor dat kinderen lid worden en blijven en dat we de ouders activeren.’

Structuur

Want clinics en sportdagen voor kinderen zijn leuk, maar voor échte gedragsverandering heb je structuur nodig, stelt Dekker. De structuur die een lidmaatschap bij een vereniging met zich meebrengt. ‘Dan gaat het om op tijd komen, verantwoordelijkheid hebben naar je team, zorgen dat je de goede kleding aanhebt en ga zo maar door. Dat is vaak wel even wennen.’ Op de Rotterdamse club zijn echter ook genoeg kinderen en ouders voor wie dat allemaal wél al vanzelfsprekend is. ‘Ik leid de managers van de teams op om te communiceren met allebei die groepen. De tweeverdieners met een eigen architectenbureau en de ouders die nauwelijks Nederlands spreken.’ De club wil juist die twee groepen, die ver uit elkaar liggen, met elkaar verbinden.

Ouders verbinden

‘Dat betekent dat we de ene groep heel erg moeten informeren en ook motiveren: wat houdt het in Nederland in om lid te zijn van een sportclub? Wat betekent het voor je kind als jij betrokken bent bij het hockeyen? Dat soort dingen.’ Maar ook de andere groep ouders hebben informatie nodig. Ook al weten ze hoe het er op hockeyclubs normaal aan toe gaat: Feijenoord is geen doorsnee club.

‘Die ouders denken heel erg vanuit hun eigen normen en waarden. Als je vraagt: wat doe je als een kind drie keer achter elkaar te laat op de training komt? Dan is het antwoord: dan begint hij of zij op zaterdag op de bank.’ Op andere clubs is dat misschien heel normaal, maar bij Feijenoord wordt er eerst gekeken hoe het komt dat dat kind te laat is. ‘Veel kinderen uit de buurten rond de club moeten al heel snel voor zichzelf zorgen. Hun ouders hebben geen auto, dus kunnen ze hun kind niet naar training brengen. Vaak is zoiets prima op te lossen. Een andere ouder die dat kind oppikt bijvoorbeeld.’

HC Feijenoord richting De Kuip

Op HC Feijenoord wordt al reikhalzend naar het mogelijke kampioenschap van de voetbalclub Feyenoord uitgekeken. Naast de naam heeft de hockeyclub vooralsnog weinig van doen gehad met die club, maar vanaf september is dat anders: vanaf dan hockeyen de Feijenoorders achter De Kuip, op de sportcampus. Samen met meerdere sportclubs, waaronder atletiek en voetbal.

‘Aan de ene kant is het supermooi en een grote kans voor ons. Aan de andere kant moeten we wel weg uit de wijk, en juist dat maakte ons sterk’, stelt Dekker. Ze is druk bezig om de overgang zo goed mogelijk te laten verlopen. ‘Veel kinderen komen nu lopend naar de club. We kijken nu: heeft iedereen een fiets? En we hebben een veilige fietsroute gemaakt, die we samen met de kinderen en ouders gaan fietsen.’

Samen inzamelen voor een keuken

Daarnaast kijkt de club naar de indeling van de trainingsdagen en wordt er met man en macht geld ingezameld voor een keuken in het nieuwe clubhuis. ‘Dan kunnen we maaltijden aanbieden aan ouders en kinderen die op de club moeten blijven.’ Lachend: ‘Met al onze culturele achtergronden denk ik dat we een mooi menu kunnen maken.’

Dekker was er aanvankelijk van overtuigd dat ze een deel van de leden zouden verliezen, die de stap uit de wijk niet wilden of konden maken. Het tegendeel blijkt echter waar. ‘1 mei was de uiterste opzegdatum en we hebben geen opzeggingen naar aanleiding van de verhuizing ontvangen. Daar zijn we heel blij mee. De leden zijn heel trots op de nieuwe locatie en willen er maar al te graag heen.’


Wat vind jij? Praat mee...