‘Op m’n 18de de keuze: stoppen of uit de kast komen? Dan was ik gestopt’

Op zijn zeventiende was hij er voor zichzelf wel uit dat hij op mannen viel. Tien jaar lang liep hij op de hockeyclubs waar hij speelde (EMHC, Breda en Amersfoort) met het geheim rond, tot hij op zijn 27ste uit de kast kwam bij zijn team. ‘Er kwam een moment waarop ik dacht: of ik stop nu, of ik ga door, maar dan wil ik wel mezelf kunnen zijn.’

Als hij ‘homo!’ hoorde roepen over het veld, dacht hij wel eens: ze hebben me door. Inmiddels weet Neco Dusseldorp dat schelden met homo hetzelfde gaat als schelden met kanker. ‘Mensen die met kanker schelden denken ook niet aan de ziekte.’ Nu hij uit de kast is, vindt hij het schelden met ‘homo’ niet meer zo erg als eerst. ‘Maar ik voel me er nog altijd ongemakkelijk bij. Je blijft je toch aangesproken voelen, ook al is dat meestal niet de bedoeling van degene die het roept.’

‘Ik ging minder goed hockeyen, had het niet naar mijn zin’

Dusseldorp was niet zelfverzekerd over zijn homoseksualiteit. ‘Het is toch een beetje een scheldwoord en dat helpt niet mee. Ik had echt in mijn hoofd dat mensen het niet zouden accepteren.’ En dus bleef hij stil. Tot hij het eigenlijk helemaal niet meer zo naar zijn zin had op de club. ‘Ik merkte dat ik minder goed ging hockeyen, minder vaak kwam trainen. Ik zat in een team met veel alfamannetjes, zo noem ik ze maar even. Ik voelde me in dat team niet op mijn gemak.’ Aan het eind van het seizoen stopten een hoop teamgenoten. ‘Toen dacht ik: oké, of ik stop nu ook, of ik ga door, maar dan wil ik er wel het beste van maken en mezelf kunnen zijn.’

Dusseldorp verzamelde zijn moed en nam zijn coach in vertrouwen, die hem steunde. ‘Toen heb ik het een keer na de training aan mijn teamgenoten verteld. Zij reageerden er heel goed op. Eén zei zelfs, als grap, ‘oh, dat wisten we al lang’. Als je alsmaar geen vriendin hebt gaat dat ook wel opvallen natuurlijk.’ Of het geheim houden van zijn seksuele voorkeur de oorzaak was dat hij niet lekker in zijn vel zat vindt hij achteraf moeilijk te zeggen. ‘Maar toen het team het eenmaal wist voelde ik me wel beter.’

‘Veel jongens stoppen’

Dusseldorp heeft er vaak over nagedacht waarom hij zowel op Amersfoort als op zijn nieuwe club Soest de enige spelende homo lijkt te zijn. ‘Veel zullen er in de kast blijven, maar ik denk ook dat het bij de senioren niet om dezelfde aantallen homo’s gaat als in de doorsnee samenleving.’ Want, zo verwacht hij, veel jongens die op jongens vallen stoppen op een gegeven moment met hockeyen. ‘Als je mij op mijn achttiende de keuze had gegeven: of stoppen of ervoor uitkomen dat je homo bent? Dan was ik gestopt. Ik heb jaren met een geheim rondgelopen, maar ik kan me ook voorstellen dat je dat niet wil of kan, en dat je stopt als je er nog niet voor durft uit te komen.’

De enige homo?

Zelf zat hij een tijd in het bestuur van hockeyclub Amersfoort, maar over homoseksualiteit ging het daar bijna nooit. ‘Het staat niet hoog op de agenda. Er zijn geen homo’s op de club, ben je geneigd te denken. Ik denk dat het goed is om er aandacht aan te besteden bij adolescenten, zestien-, zeventien- en achttienjarigen.’ Daar zou hij zelf best een rol in willen spelen. ‘Ik zou mijn verhaal wel willen vertellen. Ik had zelf met plezier het proces sneller doorlopen. Bij Soest is het allemaal heel geaccepteerd. Men is er eigenlijk niet zo mee bezig. Zo is het normaal om te douchen na de wedstrijd en maakt het niet uit wie of wat je bent. Daar zou ik me graag eerder bewust van zijn geweest.’

‘Don’t ask, don’t tell’

Onder het eerste artikel in deze serie, ‘Statistisch gezien weet je dat het niet klopt’, kwamen twee reacties: ‘We hoeven het toch niet te weten om van hockey te kunnen genieten?’ en ‘Het maakt voor de sport en sporter niet uit als iemand homoseksueel is, dus vandaar dat het voor leden simpelweg niet relevant is om ervoor uit te komen.’

Dusseldorp heeft zich geërgerd aan die reacties. ‘Ze zeggen: ‘we hoeven het niet te weten’, maar mensen moeten het wél kunnen vertellen. Ze moeten niet stil blijven omdat jij het niet wilt weten. Dan krijg je een soort ‘don’t ask don’t tell’.’ Dat is tolereren, maar zeker niet accepteren, volgens Dusseldorp. ‘Het is bullshit als je zegt: we accepteren het volledig, maar we hoeven het niet te weten. Of je op mannen of op vrouwen valt is iets persoonlijks, maar het hoort wel bij je.’

 


1 Reactie

  1. jkoppenol

    Eens, er moet ruimte zijn om er voor uit te komen. Mij maakt het niet uit of iemand homo is, mensen dienen geaccepteerd te worden voor wie/hoe/wat hij/zij zijn en met plezier kunnen sporten. In mijn andere reactie probeerde ik een verklaring te geven voor het onderwerp in het artikel. "Hoeven" was niet bedoeld als "willen".


Wat vind jij? Praat mee...