‘In de sport homo genoemd worden is nooit een compliment’

Homoseksualiteit in het hockey. Bij de dames is het over het algemeen redelijk geaccepteerd, bij de heren lijkt het een ander verhaal. Bijna geen hockeyer voelt zich veilig genoeg om uit de kast te komen op zijn club. Dat terwijl hockeyclubs roepen dat homo’s meer dan welkom zijn en dat er geen enkel probleem mee is. Hoe zit dat? Hockey.nl zoekt het uit in de serie ‘Hockeyhomo’s’. Dit keer aan het woord: Agnes Elling, senior onderzoeker van het Mulier Instituut. 

‘Het is lastig om het goed in beeld te krijgen’, stelt Elling, die zelf de afgelopen jaren meerdere onderzoeken heeft gedaan naar homoseksualiteit in de sport. ‘Er zijn weinig homo’s in de teamsport open over hun seksuele voorkeur. Degenen die dat wel zijn hebben doorgaans veel zelfvertrouwen en die geven vaak aan zich wel thuis te voelen op de club en in het team.’ Positief natuurlijk, maar op basis van de antwoorden van een handjevol sporters die wél uit de kast zijn gekomen in een door hen ervaren veilige omgeving kun je echter niet concluderen dat er geen probleem is, stelt ze. ‘Mede op basis van dergelijke uitkomsten bestaat de neiging om te concluderen dat het allemaal perceptie is, omdat als je uit de kast bent het vaak mee blijkt te vallen. Maar het is echt niet voor niks dat het overgrote deel van de homo’s in de sport in de kast blijft.’

Weinig échte homofobie, wel veel homo-negativiteit

In een onderzoek van Elling (‘Homoacceptatie in de sport‘) maakt ze onderscheid tussen homoacceptatie of homofobie en homo-negativiteit. Qua homo-acceptatie blijken mannelijke teamsporters ongeveer hetzelfde te scoren als het gemiddelde van alle ondervraagden. Gaat het echter om homo-negativiteit, dan is er wel een duidelijk verschil te zien. 63% van de mannelijke teamsporters geeft aan dat er binnen het team wel eens grappen of opmerkingen worden gemaakt over homoseksuelen, tegenover 34% van de groepssporters in totaal. Van de totale groepssporters vindt 73% dat scheidsrechters moeten ingrijpen wanneer er wordt gescholden met ‘homo’. Van de mannelijke teamsporters vindt slechts 57% dat dan moet worden ingegrepen.

Met andere woorden: het schelden met ‘homo’, of grappen maken over homoseksualiteit komt relatief veel voor in mannelijke teamsporten. En het blijkt ook redelijk geaccepteerd.

‘Homo-grappen kunnen heel kwetsend zijn, dat hebben hetero sporters vaak niet door’

‘In de hockeycultuur zal er, als je het mensen gaat vragen, weinig échte homofobie zijn’, stelt Elling. ‘Maar er is in mannelijke teamsporten, ook hockey, wel veel homo-negativiteit. Homo-grappen zijn mogelijk vaak niet echt negatief bedoeld, maar zorgen er wel voor dat homo’s zich niet veilig voelen om uit de kast te komen. Daarom is het goed als er mensen opstaan die kunnen uitleggen dat die zogenaamde grapjes hen wél raken.’

Met andere woorden: het is geen probleem dat je homo bent, maar iedereen moet het wel normaal vinden dat er grappen over worden gemaakt en dat ‘homo’ op het sportveld gelijk staat aan ‘watje’. ‘Mensen hebben niet door dat het kwetsend kan zijn. Het is belangrijk dat trainers zich daar ook bewust van zijn en corrigerend kunnen optreden. Zo’n grap is vaak niet bedoeld om iemand helemaal de grond in te boren, maar één ding is zeker: homo genoemd worden in de sport is nooit een compliment.’

Jonge mannelijke teamsporters minst tolerant

Vaak wordt gedacht dat met name de oudere generatie meer problemen heeft met homoseksualiteit, maar dat geldt in de sport in ieder geval niet, leert onderzoek van het Mulier Instituut. Het minst tolerant blijken de mannelijke teamsporters van 15 tot 25 jaar oud. Zo is slechts de helft van de ondervraagden het eens met de stelling: ‘Het zou mij niet uitmaken om samen met een homoseksuele sporter te douchen’. Ook de helft van de ondervraagde jonge mannen zou hier, in meer of mindere mate, dus wel een probleem mee hebben. Ter illustratie: van alle ondervraagden vindt driekwart het geen probleem om met een homoseksuele medesporter te douchen.

‘In die leeftijdscategorie zit je middenin je eigen seksuele ontwikkeling en er is dan ook veel meer onzekerheid. Dus is homoseksualiteit meer geaccepteerd onder jongeren? Nee, dat kun je niet zeggen. Het ligt juist gevoelig.’ Dat juist in deze categorie veel homograppen worden gemaakt is dan ook geen verrassing. Dat feit werd meteen bevestigd toen we de aftrap van deze serie ‘Statistisch gezien weet je dat het niet klopt’ op facebook zetten: verschillende jonge jongens tagden quasi-grappig een teamgenoot dat hij toch nu wel uit de kast kon komen.

‘Prima als je homo bent, als je maar niet zo verwijfd gaat doen’

Homo’s en lesbiennes die wél uit de kast zijn krijgen in de sport ook te maken met de geldende gendernormen, stelt Elling. ‘Homo zijn is prima, als je maar niet zo verwijfd gaat doen. Lesbiennes mogen best stoer zijn, maar wel nog vrouwelijk genoeg. Enigszins gechargeerd gesteld blijft hockey toch een sport voor ‘echte mannen’ en ‘hockeybabes’.’

Biseksuelen meest onzeker

Een andere groep die worstelt met dit gendernormatief klimaat zijn de biseksuelen. Zowel biseksuele mannen als vrouwen zijn in de sport veel minder open over hun eigen seksuele voorkeur dan homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, blijkt uit onderzoek. Deze groep blijkt, desgevraagd, het meest onzeker over de reacties van medesporters bij een coming out. Elling: ‘Biseksuelen identificeren zich ook meer met hetero’s en hun sportgedrag vertoont ook meer overeenkomsten met hetero’s. Zo beoefenen mannelijke bi-seksuelen vaker een teamsport dan homo-mannen, waardoor ze zich dus ook mogelijk vaker in homo-negatieve contexten bevinden. Homo’s en lesbiennes hadden in die situatie waarschijnlijk al eerder een veiligere sportomgeving gezocht of waren al afgehaakt.’

Moeilijk te doorbreken

Zowel de homo-negatieve grapjes als de gendernormen zijn moeilijk te doorbreken, weet de onderzoekster. ‘Het zit ingebakken in de sportcultuur, de hockeycultuur in dit geval. Culturen veranderen niet zo snel.’ De hier besproken onderzoeken stammen uit 2014, maar Elling verwacht niet dat er niet veel veranderd zal zijn. ‘Maar natuurlijk zou ik graag een vergelijkend vervolgonderzoek willen doen om te kijken of er toch veranderingen zijn, want deze thematiek heeft de laatste jaren natuurlijk wel meer aandacht gekregen in beleid en media.’

Aandacht vragen voor homo-acceptatie blijkt echter ook lastig, doordat sportclubs geen of weinig problemen ervaren, weet Elling. ‘Maar dat is niet omdat er geen homo’s zijn of omdat er al zoveel acceptatie is dat het überhaupt geen issue meer is. Dat komt ook nog steeds omdat homo’s zich niet veilig genoeg voelen om voor hun homoseksualiteit uit te komen en in de kast blijven. En dat is wel degelijk een probleem.’


2 Reacties

  1. AlbertMonpellier

    AlbertMonpellier

    Zullen we hier eens issue van gaan maken? Homosexualitiet? Wat maakt het nou uit? Acceptatie is in andere hoeken ook ver te zoeken. Kijk maar eens naar weerspiegeling van de maatschappij! Hockeyclub Almere maakt het waar. Iedereen kan gaan hockeyen als hij of zij dat wil. HC Feyenoord ook al een club waar iedereen welkom is. Zullen we dat eerst eens veranderen en niet denken dat je maar weer een clubje zou moeten oprichten met allochtonen en meer van die onnozele ideeën. Het verschil tussen zwart en wit! Waarom? Niemand die de vinger op de zere plek durft te leggen. Iets waar we ons drukker over kunnen maken. Iets waar je over na moet denken, want de meerderheid van de hockeyclubs zijn niet bond. Dus ook hier is er heel wat werk aan de winkel!

  2. JobHengeveld

    JobHengeveld

    Ik herken me wel in het artikel maar wil er wel bij vermelden dat er ook wel degelijk clubs zijn die hier actief mee bezig zijn. Mijn club VVV Amsterdam bijvoorbeeld, die al jarenlang ruimte geeft aan homohockeyers en daar ook heel duidelijk over is. Of het nou daar aan ligt of aan de gewoonlijk goeie sfeer op de club, er wordt superrelaxed omgegaan met homosexualiteit op die club, ook in mijn (95%) heteroteam. Voorbeeld voor andere clubs en teams misschien....


Wat vind jij? Praat mee...