Maartje Paumen: ‘Mijn grote droom is een eigen koffietent’

Maartje Paumen is de volgende in de rubriek ‘Zonder bal en stick’, waarin internationals openlijk vertellen over hun leven buiten de lijnen. Maartje vertelt over opboksen tegen haar broers, uit de kast te komen, haar groei van verlegen meisje naar boegbeeld van het dameshockey en over haar droom na haar topsportcarrière: een eigen koffietent.

Al van kleins af aan was Maartje bezig met sporten. En als jongste van het gezin, met 2 oudere broers en een oudere zus, was dat best aanpoten. ‘Mijn broers waren altijd net even beter dan ik. Dat heeft me wel sterk gemaakt denk ik, ook mentaal. Het was een beetje surviven.’ Lachend: ‘En als ik het fysiek niet kon winnen, dan ging ik gewoon gillen.’

Ze kon en kan nog altijd absoluut niet tegen haar verlies. ‘Als ik een potje verlies op de training, daar kan ik echt gefrustreerd en kwaad van worden. Dat maakt je ook beter, dat altijd willen winnen. Maar voor jezelf kan het heel vermoeiend zijn: het is allemaal verspilde energie. Na een training moet ik dat soms echt even loslaten. Tegen mezelf zeggen: doe even normaal.’

In het sportgezin Paumen werd er altijd samen sport gekeken op tv. ‘Op zaterdag voetbal, op zondag Studio Sport, en dan ons zessen plus aanhang, allemaal voor de tv. Eigenlijk waren we altijd wel met sport bezig.’ Alle 4 hockeyden de kinderen minimaal op Overgangsklasseniveau. Had Maartje het meeste talent, of ging ze het fanatiekst door met hockey? ‘Ik denk dat laatste. Om bij de top te komen moet je een beetje talent hebben, maar het vooral ontzettend graag willen. Het mentale aspect is het allerbelangrijkst.’

Tante Maart

De broers en zus van Maartje hebben inmiddels kinderen. ‘Ik heb 4 neefjes en 1 nichtje. Ik zie ze niet heel vaak, maar ik vind het leuk om ze mee op pad te nemen. Ze komen wel eens logeren bij me. Dan mogen ze zelf uitkiezen wat we die dag gaan doen. Ze vinden het ook wel tof dat ik in Oranje zit. Het WK in Den Haag was voor hen bijvoorbeeld ook helemaal mooi. Ik zou zelf ook zeker wel kinderen willen, maar het moet ook passen en kloppen. Voorlopig is het echt niet aan de orde.’

‘Op dit moment heb ik ook geen vriendin. Voor nu vind ik dat wel even prima. Het is een hele drukke periode in voorbereiding op Rio en dan is het fijn om geen rekening te hoeven houden met iemand. Al kan het wel hoor, een relatie hebben tijdens een groot toernooi. Tijdens de vorige Spelen had ik ook een relatie. Diegene moet gewoon accepteren dat je dan weinig tijd hebt. Ik denk dat sporters dat beter kunnen begrijpen. Ik heb eigenlijk ook alleen relaties gehad met sportmensen.’

Uit de kast

Maartje kwam op haar 23ste uit de kast, toen ze een vriendin kreeg. ‘Ik heb daarvoor altijd vriendjes gehad, en was nooit verliefd geweest op een vrouw. En toen gebeurde het gewoon. Na een paar maanden, relatief snel in die situatie vond ik, heb ik dat toen tegen iedereen gezegd. Daar heb ik wel echt enorm tegenop gezien.’

Het was na het EK van 2009, op de feestavond, dat Maartje het tegen haar teamgenoten vertelde. ‘Zij reageerden gelukkig heel relaxt, maar de volgende ochtend dacht ik: nu duurt het niet lang meer voor heel hockeyend Nederland het weet. Dus toen ben ik het die dag erna aan mijn ouders, broers en zus gaan vertellen. Dat vond ik heel moeilijk.’

Liever niet in een hokje

Maartje hing op weg naar haar ouders wel een uur met Kim Lammers aan de telefoon. Zij kon haar steunen, omdat ze het zelf al eens had meegemaakt. ‘Ze zei: Maart, je moet het gewoon doen, rustig blijven, je kunt toch niet voorspellen hoe ze reageren.’ Maartjes ouders zagen de coming-out niet aankomen. ‘Het is toch een generatie ouder, dat is wel anders. Ze moesten echt even aan het idee wennen. Dat snap ik ook hoor. Na een paar weken was het weer normaal. Ze zagen dat ik gelukkig was, dus toen was het goed.’

‘Het is wel een ommekeer geweest in mijn leven. Het voelde ook, als je daar zo mee naar buiten komt, alsof er dan geen weg meer terug is. Maar ik heb wel geleerd dat in het leven dingen nooit zeker zijn. Voor hetzelfde geld heb ik over 2 jaar een relatie met een man, geen idee. Ik wil niet in een hokje geplaatst worden.’

Uitdaging op andere vlakken

Afgelopen zomer en in de eerste seizoenshelft zat Maartje in een kleine dip. ‘Ik denk dat mensen het heel vermoeiend vinden om één dag mij te zijn. Ik ben niet snel tevreden. Ik heb echt moeten leren dat ik ook blij moet zijn met kleine stappen. Als je 30 bent ga je niet in 1 keer 10x beter hockeyen.’ En dus moest ze de uitdaging zien te vinden op andere vlakken. Deze winter bood Alyson Annan daarin de helpende hand: zij gaf Maartje rust bij Oranje, en nam haar niet mee naar de HWL. 6 weken zonder bal en stick dus.

‘Ik heb heel veel getraind toen, juist op andere dingen. Een team om me heen gecreëerd, waarmee ik 1 op 1 heb getraind: looptraining, krachttraining, yoga, afspraken met een voedingsdeskundige. In die 6 weken heb ik echt het plezier weer teruggevonden en frisheid in mijn kop gekregen. Ik heb mezelf wel teruggevonden ja.’

Stijve hark

Maartje doet momenteel 2 keer per week aan yoga. ‘Daarin leer ik om naast fysiek ook mentaal tot rust te komen. De eerste paar keer was dat best lastig: het is 1,5 uur, en echt de bedoeling dat je alleen met jezelf en de bewegingen bezig bent. En het is goed voor mijn mobiliteit en flexibiliteit natuurlijk, ik ben na 14 jaar tophockey echt een stijve hark.’

‘Ik merk wel dat ik ouder wordt. In het hockey niet zozeer, maar wel dat je meer moet doen om fit te blijven. Vroeger kon ik nog wel eens een nachtje overslaan, lekker gaan stappen, en dan herstelde je heel snel. Nu moet ik veel bewuster met mijn lichaam omgaan. Alles staat nu in het teken van Rio.’

‘Ik hou wel van een feestje’

Vroeger was het de valkuil van Maartje. Toen woonde ze midden in de stad en was de verleiding om op stap te gaan altijd groot. ‘Nu doe ik dat minder en leef ik echt als topsporter. Maar op de momenten dat het wel kan, zal ik het zeker niet laten.’ Toen ze 30 werd, afgelopen zomer, gaf ze bijvoorbeeld een groot feest. ‘Ik had een kroegje in Den Bosch afgehuurd. En dan heb je dus een kroeg vol met vrienden en familie. Als je dan even om je heen kijkt besef je hoe belangrijk en waardevol dat is.’

Het jaar na de Spelen: dan gaan de teugels weer wat losser. ‘Al jaren hebben wij op carnavalszondag teamuitje met Den Bosch. Meestal levert dat mooie verhalen op voor een heel jaar. Dit jaar heb ik het moeten skippen. Als ik stop met tophockey ga ik eens kijken of ik 4 dagen carnavallen achter elkaar vol kan houden, ik heb altijd wel respect voor mensen die dat kunnen. Dat is eigenlijk ook een soort topsport, toch?’

Nu zit écht feesten er dus even niet in, en ook een andere liefhebberij staat even on hold. ‘Ik ben een enorme snowboardgek. In de WK en Spelen-jaren ga ik niet, maar anders zit ik het liefst 2 tot 3 keer per jaar in Oostenrijk.’ En mocht ze toch nog tijd over hebben ergens, naast de voorbereiding? ‘Dan zit ik meestal lekker ergens te lunchen met vrienden, of ga ik naar het theater of de bioscoop. Ik heb graag mensen om me heen. En ik hou van koken. Dat doe ik vaak met Margot (van Geffen, red.) samen: recepten opzoeken en dan namaken.’

Verlegen meisje?

Als je nu naar Maartje kijkt is het moeilijk voor te stellen, maar vroeger was ze een verlegen meisje. ‘Ja, ik was in ieder geval heel rustig. Ik keek graag de kat uit de boom. Gelukkig is dat wel een beetje gedraaid.’ Een beetje is een behoorlijk understatement als je bedenkt dat ze nu aanvoerder van Oranje is. ‘Ik heb de grootste stappen gemaakt in mijn leven toen ik van club switchte, met name van OZ naar Den Bosch. Dan moet je uit je comfortzone en kom je helemaal in een nieuwe omgeving, met nieuwe mensen. Daardoor ben ik heel erg gegroeid, ook naar een bepaalde rol.’

‘Als ik aanvoerder word, eet ik mijn schoen op’

Paumen had vooraf nooit verwacht aanvoerder te worden, maar Max Caldas, die destijds bondscoach werd, had haar direct op die positie voor ogen. ‘Toen dacht ik wel: wow, shit, kan ik dat? En dan komt dat onzekere meisje ook om de hoek kijken: wil het team wel dat ik aanvoerder word? Ik ben blij dat ik die uitdaging ben aangegaan.’ Toch is dat verlegen meisje nog niet helemaal weg. ‘Ik denk dat ik in het begin, als ik iemand nog niet ken, wel een beetje een muurtje om me heen heb. Ik moet eerst weten of ik iemand kan vertrouwen. Maar daarna ben ik ook all-in met vriendschappen hoor.’

Stiekem nieuwsgierig

Voorlopig kijkt de aanvoerder van de Oranje-dames niet veel verder dan Rio. Maar worden dat haar laatste Spelen? ‘Dat denk ik wel. Maar zeg nooit nooit. Ik denk dat ik dat vanzelf wel voel, wanneer het moment daar is. Alles wat ik doe, doe ik vol overgave. Als dat niet meer het geval is, dan is het tijd om te stoppen.’

‘Stiekem ben ik wel nieuwsgierig naar het leven na topsport. Nu is het zo dat uur na uur voor je wordt bepaald. Dat kan vervelend zijn, maar het is ook verslavend. Het is een soort ontgroening straks, na mijn hockeycarrière.’

Een eigen koffietentje

‘Ik heb veel mooie dromen. De grootste is een eigen koffie- en lunchtent. Ik denk dat de horecawereld bij mij past: ik ben graag onder de mensen, heb een passie voor gezond en lekker eten. En ik heb een enorme koffieverslaving.’ Als ze stopt wil Maartje eerst een aantal stages lopen, om écht te kijken wat ze leuk vindt.

Mocht het toch niks worden met die koffietent, dan heeft ze nog opties genoeg. ‘Een eigen crossfit-school, clinics geven, coaching: ik vind het allemaal leuk. Of dat binnen of buiten het hockey is, dat zie ik dan wel. Hockey is nu zo’n groot deel van mijn leven: daar zal ik wel altijd mee verbonden blijven. Misschien ga ik ook wel reizen. Dat doe ik nu natuurlijk al veel, maar dan wil ik écht iets van de wereld zien. Nu zie ik voornamelijk hotelkamers en hockeyvelden.’

Maar die koffietent, die staat met stip op nummer 1. En daar zal ze dan ook weer voor 200% voor gaan. ‘De meeste dromen die ik heb, die komen ook wel uit.’


Wat vind jij? Praat mee...