De wereldtitel in 1998, dankzij verboden sleepsessies in de ochtend

In aanloop naar het WK in India blikken we in de serie ‘WK-historie Oranje’ terug op de WK’s van het Nederlands elftal sinds 1998. We beginnen met de laatste wereldtitel van Oranje, toen strafcornerschutter Bram Lomans (43) samen met coach Roelant Oltmans elke ochtend stiekem het stadion van FC Utrecht binnensloop om te trainen. Het bleek de sleutel tot de wereldtitel.

De laatste keer dat de Oranje Heren de wereldtitel wonnen, voelt in hockeygrootmacht Nederland, met een kleine duizend kunstgrasvelden, als een eeuwigheid geleden. 1998 is het jaar dat Céline Dion op nummer 1 stond in de top-40 met ‘My heart will go on’, het titelnummer van de populaire film Titanic. Het was het jaar dat ‘Boom, boom, boom, boom!!’ van de Vengaboys vier weken lang de bestverkochte single was. Het WK in het voetbalstadion was ook het eerste internationale titeltoernooi waar er zonder buitenspel (!) werd gespeeld, en het laatste toernooi waar de interchange-regel gold. Tijdens de strafcorner mocht er gewisseld worden.

https://www.youtube.com/watch?v=DNyKDI9pn0Q

Juist die strafcorner was de eerste wedstrijden het grote probleem. Het wapen dat olympisch kampioen Oranje op cruciale momenten vaak die grote titels had geschonken. Dé specialist was Bram Lomans, die met zijn lange lijf de bal altijd ziedend hard tegen de touwen kon slingeren. Maar na drie wedstrijden stonden er nul goals achter zijn naam.

Er was meer tegenslag voor Nederland. Vlak voor het toernooi moest Sander van Heeswijk zich door een klaplong laten vervangen door reserve Rogier van ’t Hek. Leo Klein Gebbink moest vanwege nare privé-omstandigheden het WK moest verlaten. In de poulefase werd de ploeg in de derde wedstrijd in het eigen Galgenwaard met 1-5 vernederd door Duitsland, wat intern voor rumoer zorgde. Ook de finale leek de verkeerde kant op te gaan: tegen het sterke Spanje stonden de oranjehemden in de finale voor het eigen publiek met nog dertien minuten te spelen 0-2 achter. Dat was het signaal voor de grote mannen van Oranje en HGC en Bloemendaal om op te staan.

Teun de Nooijer en Stephan Veen met de wereldbeker. Daarachter Piet-Hein Geeris. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB

Veen, Lomans en De Nooijer beslisten de finale

Eerst was het aanvoerder Stephan Veen die met een heerlijke en doeltreffende solo vanaf zijn geliefde rechterkant het startsein gaf voor een comeback. Een minuut later was het de twee meter lange Bram Lomans die vanaf de kop van de cirkel de 2-2 binnen pushte. Bij een 2-2 stand na zeventig minuten werd er vijftien minuten verlengd, voordat strafballen zouden uitmaken wie zich vier jaar wereldkampioen mocht noemen. Nog één laatste strafcorner, een paar momenten voordat er strafballen gepusht moesten worden. Coach Roelant Oltmans fluisterde Lomans in dat de bal vooral op het doel moest, zodat Oranje kans had op een rebound. Een instructie waar het lange Wassenaarse kanon twintig jaar later over twijfelt, maar daarover later meer.

Lomans pushte naar eigen zeggen zo hard mogelijk op de goal. De Spaanse keeper Jamon Jufresa redde. De bal stuiterde hoog op, voor de stick van De Nooijer, die de bal vanaf schouderhoogte knap in het goal knuppelde. Het zou de derde en laatste keer zijn dat Nederland zich wereldkampioen mocht noemen.

Bram Lomans pusht in de finale zijn gevreesde strafcorner. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB

De tijd begon te dringen voor de enige Nederlandse strafcornerspecialist

Door de interchange-regel speelde de 23-jarige verdediger Lomans bijna geen minuten. Hij kwam elke keer koud van de bank af, als hét kanon, om daarna weer op de bank plaats te nemen. Dat Lomans met die moeilijke opdracht om kon gaan, bewijzen zijn 141 doelpunten in 205 interlands. Maar het had heel anders kunnen lopen. In aanloop naar het WK kreeg de lange Lomans last van een liesblessure, waardoor hij moeilijk kon uitstappen. Strafcorners oefenen op het nagelnieuwe en snelle maar ook gladde nylonveld was onmogelijk.

De tijd begon te dringen voor de enige Nederlandse strafcornertroef.

Toen het toernooi begon, kon Lomans weer slepen. Maar zonder succes. Hij miste ritme en vertrouwen. Tegen Canada (3-1) en India (5-0) lukte het niet. In de nederlaag tegen Duitsland (1-5) zocht Oranje het al in strafcornervarianten, vanwege de haperende corner.

Het grote probleem: tijdens het toernooi mocht Oranje niet trainen op het snelle wedstrijdveld dat in het stadion van FC Utrecht was gelegd. Dáár moest het kanon Lomans exploderen, maar dat gebeurde maar niet.

‘Als het hek van de Bram is’, daar was het even op wachten tijdens het WK in 1998. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB

Elke ochtend voor dag en dauw naar het stadion van FC Utrecht

Bondscoach Roelant Oltmans moest creatief zijn om zijn enige echte strafcornerspecialist aan het scoren te krijgen. Oltmans bedacht trainingssessies in de vroege ochtend, als het Nederlands elftal nog sliep en er nog niemand was in het stadion waar 15.000 mensen in pasten. Oranje verbleef in hotel Oud London in Zeist. Elke ochtend maakten Oltmans en Lomans (‘Ik had nooit zo’n moeite met vroeg opstaan. Roelant wat meer’) samen rond zes of zeven uur ’s ochtends de autorit naar het Herculesplein in Utrecht. Oltmans kende een vrijwilliger van het toernooi goed, die er elke dag al vroeg was.

‘Die vrijwilliger heb ik nog op mijn netvlies staan. Hij deed elke ochtend aan de achterkant van het terrein een hekje open, waardoor wij het stadion in konden. Diezelfde vrijwilliger had er ook al voor gezorgd dat het veld gesproeid was’, vertelt Lomans twintig jaar later. ‘Een zak met ballen was het enige wat Roelant en ik bij ons hadden. Dan kwamen we het stadion in en ging ik snel even wat warmlopen. Ik pushte elke ochtend zo’n honderd ballen. Dan zat Roelant in dat lege stadion op z’n knieën, om die ballen een voor een neer te leggen. Dat ging echt niet vrijblijvend. Roelant kon dan wel hard zijn. Die zat er echt niet alleen om mij een goed gevoel te geven. Als het niet hard genoeg in de hoek ging, kreeg ik dat te horen. Ik had die sessies nodig. Ik wist gewoon dat ik door die liesblessure te weinig had getraind op de sleeppush.’ Elke dag schoven Oltmans en Lomans na hun geheime trainingssessie meteen aan bij het ontbijt van hun teamgenoten.

Roelant Oltmans en Bram Lomans een paar weken voor het begin van de Champions Trophy in Breda, 2018. Oltmans als bondscoach van Pakistan, Lomans als strafcornerexpert. Foto: Willem Vernes

Lomans kwam na een mislukte stafcorner helemaal los

Als Nederland het op moet nemen tegen Zuid-Korea, twee dagen na de 1-5 tegen Duitsland, lijkt het bij een 0-1 achterstand na rust met Oranje de verkeerde kant op te gaan in eigen land.

Maar dan betalen de honderden ballen die Lomans met de slaap in zijn ogen pushte, zich eindelijk uit. ‘Ik wilde tegen Zuid-Korea, zoals vaker, de bal aan de handkant van de keeper pushen. Dat was mijn favoriete hoek. De bal bleef in mijn stick hangen en ging er zo aan de andere kant in. Maar die eerste treffer was voor mij zó bevrijdend. Ik durfde toen ook met mijn lies weer vol door te pushen.’ Lomans en Oranje waren daarna los. Hij maakte een hattrick tegen Zuid-Korea, scoorde twee keer tegen Nieuw-Zeeland en liefst drie keer in de halve finale tegen angstgegner Australië (6-2).

Volgens Lomans scoor je alleen de directe sleep als je niet op safe gaat

Uiteraard zou Lomans de geschiedenis niet willen herschrijven, met de laatste corner die hij pushte en de rebound waarmee De Nooijer Oranje voor de laatste keer de beste van de wereld maakte. Toch is zijn visie over hoe je strafcorners moet pushen wel veranderd in al die tijd. Lomans geeft zelf veel strafcornertraining in de Hoofdklasse. Hij helpt specialisten niet alleen met de techniek, maar ook met de spanning van het moment. ‘Ik had weinig last van zenuwen, behalve bij die strafcorner tegen Spanje in de verlenging. Oltmans had dat ook door, dus die zei dat ik in ieder geval op de goal moest pushen. Maar nu weet ik wel: alle ballen die je als specialist vooral op de goal pusht, zodat er nog een rebound komt, gaan er eigenlijk nooit direct in. Je scoort alleen een directe corner als sleper als je niet voor te safe gaat. Nu pakte het natuurlijk geweldig uit, omdat Teun daar stond.’

Het hek is van de Bram. Foto: Jeroen van Bergen/KNHB

WK Hockey 1998. Stadion Galgenwaard, Utrecht.
Nederland-Canada 3-1
Nederland-India 5-0
Nederland-Duitsland 1-5
Nederland-Zuid-Korea 4-2
Nederland-Nieuw-Zeeland 4-2
Halve finale: Nederland-Australië 6-2
Finale: Nederland-Spanje 3-2 (na verlenging)

Selectie Oranje: Ronald Jansen (k), Bram Lomans, Leo Klein Gebbink, Erik Jazet, Tycho van Meer, Wouter van Pelt, Sander van der Weide, Jacques Brinkman, Piet-Hein Geeris, Stephan Veen (c), Rogier van ‘t Hek, Jeroen Delmee, Bart Looije (k), Teun de Nooijer, Remco van Wijk, Jaap-Derk Buma.
Bondscoach: Roelant Oltmans. Assistent: Maurits Hendriks. Manager: Aad Ouborg.

 


Wat vind jij? Praat mee...