Ties Kruize: ‘We hadden veel vaker de Europacup moeten winnen’

In de aanloop naar de EHL in Eindhoven duikt hockey.nl in de historie van de belangrijkste Europese clubprijs. We blikken terug op de editie van 1979. In dat jaar verovert Klein Zwitserland als eerste Nederlandse club bij de mannen de Europacup 1. Boegbeeld van de Haagse club is Ties Kruize. De dan 26-jarige strafcornerspecialist kroont zich niet alleen tot topscorer van het toernooi, maar wordt ook uitgeroepen tot beste speler.

‘Voor mij was het wel bijzonder’, begint Kruize. ‘Ik had in 1975 een zwaar auto-ongeluk gehad en was er echt slecht aan toe. Ik ben er anderhalf jaar uit geweest. Ik was al een jaar aan het spelen, maar om dan op je eigen club Europees kampioen te worden, dat is wel echt leuk. Het was ook wel een beetje een bevestiging dat ik weer terug was aan de top.’

We wilden ook per se winnen Ties Kruize

Kruize vervolgt: ‘De Europacup was voor onze ploeg een serieuze aangelegenheid. We wilden ook per se winnen. Ten eerste omdat het toernooi op onze eigen club was en omdat een Nederlandse club gek genoeg nog nooit een Europacup had gewonnen.’

Sinds 1969 wordt er om de hoogste Europese clubprijs gespeeld. De eerste vijf edities hebben geen officieel karakter. Pas vanaf 1974 wordt het toernooi onder de vlag van de Europese hockeyfederatie afgewerkt. Drie clubs verdelen in het eerste decennium de prijzen. Het Spaanse Egara wint de eerste twee edities, waarna Frankfurt tussen 1971 en 1975 heerst op de Europese velden. De Duitsers worden vervolgens van de troon gestoten door Southgate uit Engeland, dat in 1978 voor de derde maal op rij de belangrijkste Europese clubbokaal verovert.

Nooit verder dan tweede plaats

De Nederlandse clubs reiken in die tien jaar nooit verder dan een tweede plaats. Laren (1970) en HTCC (1972) halen de finale. De meest succesvolle ploeg is Kampong. De Utrechters staan twee keer in de finale: 1973 en 1974. Beide keren is Frankfurt te sterk.

Vreugde bij Klein Zwitserland na een doelpunt van Ties Kruize. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Klein Zwitserland is eind jaren zeventig de onbetwiste topclub in Nederland. De ploeg is toonaangevend in de pas opgerichte Hoofdklasse en wint vanaf 1977 liefst acht landstitels op rij. De ambities van de club, die in 1974 is ontstaan na een fusie tussen HHIJC en TOGO, reiken verder dan de landsgrenzen. Klein Zwitserland wil ook op internationaal niveau presteren.

In die periode hadden we de beste spelers van het land Ties Kruize over de ploeg van Klein Zwitserland

‘In die periode hadden we de beste spelers van het land’, analyseert Kruize de ploeg. ‘We hebben jaren gehad dat we acht internationals in het team hadden. Het was bovenal een goede combinatie van allerlei verschillende facetten dat een team nodig heeft om top te kunnen presteren. Het was een mix van jongere en oudere spelers. Er zat veel ervaring in de ploeg, maar vooral ook veel kwaliteiten. Technische spelers met spelers die fysiek goed waren, die ook een beetje de vlam in de pan konden laten ontstaan. Dus het geheel was eigenlijk wel goed. Daarom denk ik ook dat we het zo lang hebben volgehouden.’

De ploeg onder leiding van coach Joost Bellaart herbergt enorm veel talent. De gebroeders Ties en Hans Kruize en Ron en Tim Steens zijn de blikvangers, maar het wemelt van vroegere en aanstaande internationals zoals de dan pas 17-jarige Maarten van Grimbergen. De routine in de ploeg komt van Edo Buma en Sicco Onnes.

Brons bij debuut

Het Europese debuut van Klein Zwitserland is in 1978. De verwachtingen zijn vooraf hooggespannen. De ploeg kan in Barcelona zijn favorietenrol echter niet waarmaken. Na twee zeges in de poulefase struikelt de ploeg in de halve finales na verlenging over het Duitse Rüsselheim. In de strijd om het brons wordt Real Club de Polo na verlenging verslagen en dat gaat niet zonder slag of stoot.

De Spanjaarden incasseren zeven gele en een rode kaart. Na afloop klimt een deel van het publiek over de hekken om verhaal te halen bij de arbitrage. Een dame gooit een fles water leeg over het hoofd van de Engelse scheidsrechter. ‘Het liep inderdaad een beetje uit de hand’, zegt Kruize met een gevoel voor understatement.

Europacup op eigen veld

Een jaar later, in 1979, is het toernooi om de Europacup in Den Haag op het terrein van Klein Zwitserland. ‘In het midden van het complex lag een slootje en daaraan lagen vier grasvelden. Toen hebben ze voor de Europacup over de breedte van deze vier velden speciaal een veld aangelegd met een tribune er omheen. Dat was in die tijd wel spectaculair. Toen we de finale speelden, zat het ook hartstikke vol.’

Ties Kruize van Klein Zwitserland haalt uit in het duel met Real Club de Polo. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Klein Zwitserland bereidt zich serieus voor op het Europese avontuur op eigen veld. ‘We trainden sowieso hard en we waren fit. Twee dagen voordat het toernooi begon, zijn we in een hotel gaan zitten. En we hadden een soort afspraak: de laatste week voor het toernooi tot en met het einde van de Europacup zouden we niks drinken. Een soort van motivatie. Dat zijn wel dingen die je bijblijven.’

Geld ophalen

De voorbereiding van de ploeg wordt gefinancierd via crowdfunding, hoewel dat in die dagen nog niet zo heet. ‘We gingen naar een kroeg in Den Haag waar ook veel hockeyers kwamen en dan zeiden we: joh, over twee maanden hebben we de Europacup. Doe je mee voor een paar honderd gulden? In die tijd had je eigenlijk nog weinig sponsoring en als je al sponsoring had dan ging het om andere bedragen. Het was leuk om op deze manier geld bij elkaar te sprokkelen van mensen die enthousiast waren en in Den Haag woonden. We hebben toen achtduizend gulden ofzo opgehaald.’

In Den Haag strijden twaalf ploegen tijdens het Pinksterweekend in vier poules van drie om de Europacup. De vier poulewinnaars spelen vervolgens in de halve finales voor een plek in de finale. Het toernooi werd in vier dagen afgewerkt. Een strak tijdschema concludeert Kruize. ‘Het programma was helemaal in elkaar gedrukt. Op de eerste dag moesten we twee volle wedstrijden spelen. Dat kon toen niet anders. De poule-indeling was anders waardoor een team twee duels op een dag moest spelen en dat waren wij. Dat is wel bijzonder, maar het was wel pittig.’

Ties Kruize slaat de strafcorner nadat Tim Steens de bal heeft stilgelegd. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Na drie zeges in finale

Een paar uur na de overwinning op het Engelse Guildford (3-1) verslaat Klein Zwitserland Stade Francais met 5-1. In de halve finales treft de Haagse formatie Edinburgh CS. De Schotten zijn niet opgewassen tegen de thuisploeg en gaan met 6-0 kopje onder. In de finale treft Klein Zwitserland oude bekenden, de Spanjaarden van Real Club de Polo.

‘De Spanjaarden hadden toen echt een goede lichting met onder meer Jorge Fabregas (aanvoerder van Polo). Bij Polo speelden ook de meeste Spaanse internationals en bij ons de meeste Nederlandse. Er was altijd een beetje een strijd. Een Nederland-Spanje binnen het clubgebeuren.’ Maar, zo zegt Kruize: ‘Die wedstrijd bij ons thuis moesten we natuurlijk wel winnen. Wijzelf vonden dat dát moest en gelukkig is dat ook gebeurd.’

Kruize scoort winnende treffer in finale

In de finale neemt Real Club de Polo na zeventien minuten de leiding. Een goede aanval van de Spanjaarden levert een strafcorner op, die door Jorge Fabregas wordt verzilverd. Negen minuten later is de stand 1-1. Kruize benut op zijn beurt een strafcorner door de bal via keeper Jose Garcia in het doel te slaan. De beslissing in het duel valt na rust. Maarten van Heeswijk slaat een vrije slag richting de cirkel waar Kruize staat opgesteld. Hij haalt verwoestend uit: 2-1.

‘Ik weet dat we daar heel veel op hebben geoefend’, legt Kruize uit. ‘Ik stond op de kop van de cirkel en dan liep ik naar de goal toe. De verdediger liep dan mee. En als ik op de strafbalstip stond, keerde ik mij om en ging weer terug naar de kop van de cirkel. Maarten van Heeswijk sloeg die bal precies op de kop waar ik inmiddels weer stond met meer vrijheid dan daarvoor. Ik kon de bal aannemen en schoot hem erin. Dat hadden we tientallen keren geoefend. Het is mooi dat dat uiteindelijk resulteert in succes.’

In 1981 nog een keer de hoofdprijs

De ingestudeerde vrije slag levert uiteindelijk Klein Zwitserland de felbegeerde Europacup op. In de zes daarop volgende jaren speelt de ploeg nog vijf keer de finale. Slechts een keer, in 1981, wordt opnieuw de hoofdprijs gepakt.

‘We hebben de Europacup maar twee keer gewonnen van de acht keer dat we kampioen van Nederland waren. Als ik heel eerlijk ben en dat moet je ook zijn dan hadden we veel vaker moeten winnen. We hadden voor die tijd een dermate goed team dat we vier of vijf keer de Europacup hadden moeten winnen.’

In de sport moet je altijd de schuld bij jezelf zoeken Ties Kruize

‘In de sport moet je altijd de schuld bij jezelf zoeken’, legt Kruize uit. ‘Wij hebben een keer thuis tegen de Russische kampioen de finale gespeeld. Toen stonden we in de rust 2-0 achter. Maar we dachten: dat komt wel goed. Zoals we wel vaker dachten. Dan kwam het vaak ook goed, maar die keer niet.’

‘Ik vond het geen vorm van arrogantie’, verklaart Kruize, ‘maar het gebeurde gewoon. En de tegenpartij, dat waren ook geen koekenbakkers. Die hadden het goed bekeken hoe ze ons konden ontregelen. Nogmaals, we hadden gewoon moeten winnen. Maar dat is ook het mooie van de sport. De favoriet wint niet altijd.’


1 Reactie

  1. charlystaal08gmail-com

    charly

    Goede oude tijden


Wat vind jij? Praat mee...