Het jubilerende Bloemendaal en het jaar van de treble

Bloemendaal viert vandaag zijn 125ste verjaardag. Een mooie aanleiding om een duik te nemen in de rijke historie van de club. We keren terug naar 1987. Dat jaar winnen de heren liefst drie prijzen: de landstitel in de zaal én op het veld en de Europa Cup.

De gouden medaille. Daar ligt-ie dan. Blinkend op de bodem van het zwembad in het Hotel Internacional in Barcelona. Als een stille getuige van het feest van een ploeg die eerder op de dag de Europese titel heeft veroverd.

‘Het eerste wat je doet als je na een overwinning in het hotel aankomt, is als een stel doorgeschoten pubers in het zwembad duiken. Met je medaille en kleren aan’, begint Gert-Jan Schlatmann, aanvaller en met zes doelpunten topscorer van Europa Cup-toernooi in 1987. ‘Er is een prachtige foto waar we met vijf man in het zwembad staan. Genietend dat we hebben gewonnen. Op dat moment heb ik die medaille nog om mijn nek, maar die raakte ik dus kwijt. Later op de avond zei iemand tegen mij: ga eens bij het zwembad kijken. Toen vond ik hem terug op de bodem van het zwembad.’

De treble

Met de winst van de Europa Cup in Barcelona voltooide Bloemendaal de treble. Het winnen van de drie belangrijkste prijzen in een seizoen, is voor weinig Nederlandse clubs weggelegd. De heren van Klein Zwitserland deden in 1983 een manmoedige poging, maar na de titels in de zaal en op het veld, strandde de missie in de finale van de Europa Cup.

De dames van HGC toonden ook aan dat het mogelijk is de treble te winnen. De oppermachtige equipe uit Wassenaar won in 1986 de drie belangrijkste clubprijzen in een seizoen. De heren van Bloemendaal volgden een jaar later het voorbeeld van HGC. Het huzarenstuk werd daarna slechts herhaald door de dames van Den Bosch in 2002. Ook zij waren in één seizoen de beste op het veld, in de zaal en op het Europese toneel.

Zaalkampioen

In de winter van het seizoen 1986/1987 ging Bloemendaal in de zaal op jacht naar de eerste prijs van het seizoen. De meeste veldspelers lieten het zaalseizoen aan zich voorbij gaan. ‘De gevestigde orde als Hendrik-Jan Kooijman, Cees Jan Diepeveen, Theodoor Doyer en Gert-Jan Schlatmann hadden niets met het zaalhockey’, vertelt Marc Benninga, destijds een van de steunpilaren van de Mussen.

Bloemendaal-aanvoerder Koos Formsma ontvangt de kampioensbeker na het winnen van de nationale zaaltitel uit handen van Sjoerd Bouma. Foto: KNHB

Schlatmann bekent: ‘Ik vond dat helemaal niks met die balken. Dat je die balken moest opruimen, vond ik het meest vervelend. Daar had ik echt een broertje dood aan. Ik ben ook nooit naar die wedstrijden gaan kijken. Het interesseerde mij niet.’

Het is best bijzonder dat zo’n club eigenlijk geen affiniteit had en heeft met zaalhockey. Marc Benninga over zaalhockey bij Bloemendaal

Voor Benninga ligt dat anders. ‘Ik vond het zaalhockey eigenlijk het allermooiste. Koos Formsma en ik kwamen allebei van hdm. Dat was en is een echte zaalhockeyclub. Bloemendaal veel minder. Het is best bijzonder dat zo’n club eigenlijk geen affiniteit had en heeft met zaalhockey.’

Team

Met Benninga en Formsma voor keeper Heiko Hulsker beschikte coach Roelant Oltmans over een betrouwbare en ervaren achterste linie in een team waarin Floris Jan Bovelander de goalgetter was. ‘Koos en ik hadden enorm veel zaalervaring’, vertelt Benninga. ‘De mix van die ervaring met Floris Jan – die extreem goed was – aangevuld met een enthousiaste jonge spelers, zorgde ervoor dat we dat jaar eigenlijk best wel goed waren.’

Koos Formsma in actie voor Bloemendaal tijdens de zaalcompetitie. Foto: KNHB

Tijdens het finaleweekend in de Sporthallen Zuid in Amsterdam werd hdm in de finale met 7-6 verslagen. ‘We zijn er met zijn allen voor gegaan’, zegt Benninga, ‘maar het is toch een soort toevalstreffer geweest, denk ik. We hadden helemaal niet het idee dat we wel even kampioen zouden worden. We trainden ook niet overdreven veel.’

Beslissing op laatste speeldag

Op het veld draaide Bloemendaal in dat seizoen van de start bovenin mee in de Hoofdklasse. De ploeg, die een jaar eerder voor het eerst in 48 jaar weer de beste was van Nederland, kende in oktober een mindere periode, maar bleef in het spoor van HGC dat aan kop ging. Net als in 1986 viel de beslissing op de laatste speeldag.

Koploper HGC verdedigde in de uitwedstrijd tegen Amsterdam een punt voorsprong op Bloemendaal, dat op het eigen Kopje tegen Kampong speelde. Toen Amsterdam op een 3-1 voorsprong kwam en Bloemendaal ook voor stond, reed vice-voorzitter Ab van Grimbergen van de KNHB met de kampioensbeker van het Wagener Stadion naar Bloemendaal. Op ’t Kopje werd hij door het publiek toegezongen: ‘Waar blijft die beker nou?’

Theodoor Doyer met de beker na het winnen van de landstitel. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Bloemendaal kwam in het kampioensduel tegen Kampong snel de klap van de 0-1 achterstand te boven. Toen Wouter Eikenhout de 3-1 maakt, werd duidelijk dat de landstitel voor de tweede keer op rij naar Bloemendaal ging.

Slechts twee ‘buitenlanders’ in het team

Benninga: ‘In het team van Bloemendaal zaten in die tijd maar twee ‘buitenlanders’. Dat waren Koos Formsma, die kwam oorspronkelijk uit Friesland, en ik. Ik kwam uit Den Haag. De rest van al die jongens woonde in feite om het veld. Allemaal jongens uit Bloemendaal. Ze speelden al jaren samen. Dat was ook de kracht.’

‘Het was een bijzondere lichting die net op hetzelfde moment erg getalenteerd en gedreven was. Dat heeft Klein Zwitserland ook gehad. Het is zeldzaam dat zoveel mensen tegelijk uit een klein dorp zoveel internationals hebben afgeleverd. Dat is later nooit meer voorgekomen.’

Schlatmann vult aan: ‘Met Marc, Koos, Floris Jan en Wiert hadden we een goede achterhoede. Daar kwam je niet makkelijk doorheen. Voorin had je rommelaars als Martijn van Westerop, Wouter Eikenhout en ik. We kregen altijd onze kansen.’

Cees Jan Diepeveen (r) in duel met Rene Klaassen van Kampong. Foto: KNHB

‘De kracht van het team was de combinatie van jong en oud. De ouderen waardeerden de jongere spelers om onze grilligheid, wij luisterden op onze beurt naar de oudere spelers. Als je niet luisterde naar kerels als Diepeveen of Doyer, kreeg je de bal van vier meter door je haargrens heen. Dat doe je een of twee keer, maar daarna niet meer.’

Derde prijs

Een week na de winst van de landstitel stond Bloemendaal voor de derde en laatste opdracht: de Europa Cup in Barcelona. Voor het eerst in de geschiedenis speelde de ploeg in het belangrijkste Europese clubtoernooi. Benninga: ‘In het hockey gaan er doorgaans weinig mensen mee naar een buitenlands toernooi. Met Jong Oranje en het Nederlands elftal gaan hooguit wat ouders mee. Destijds zat het vliegtuig vol met mensen in oranje, ook niet-familieleden. Dat maakte het toernooi voor ons zo bijzonder.’

Ik vond dit echt spannender dan het Nederlands elftal Gert-Jan Schlatmann over het spelen van de Europa Cup

‘Dat we als club voor het eerst naar het buitenland gingen, vond ik spannender dan spelen voor het Nederlands elftal’, zegt Schlatmann. Hij voegde zich vanwege examens later bij de ploeg in Barcelona. ‘Ik heb me in de taxi omgekleed, omdat de wedstrijd al was begonnen.’

Bloemendaal viert feest na het winnen van de Europa Cup. De treble is binnen. Foto: KNHB

De verstoorde voorbereiding heeft geen vat op het spel van Schlatmann. Met vier doelpunten schoot de aanvaller zijn ploeg bijna eigenhandig langs het Belgische Royal Rasante (5-2). Na winst op Fili Moskou (2-1) uit de Sovjet-Unie volgde de laatste poulewedstrijd en het sleutelduel voor een plek in de finale tegen Kampong, de houder van de Europa Cup. Bloemendaal leidde bij rust met 2-0 en bouwde die voorsprong na de pauze uit naar 5-1. In de finale trof Bloemendaal gastheer Atlètic Terrassa, de winnaar van de Europese titel in 1985.

Terrassa

Schlatmann: ‘Bij Terrassa speelden de broers Escudé en Javier La Paz. Niet normaal, die jongens waren zoveel beter dan wij. Bij ons zat het tactisch goed in elkaar. We stonden echter stijd van de zenuwen. Dat gold ook voor Terrassa. In de tweede helft kwamen we niet meer vooruit. We mikten toen beiden op strafballen.’

Bloemendaal kwam in de finale komt tot twee keer toe op voorsprong. Gert-Jan Schlatmann opende na twintig minuten de score toen hij alert reageerde op een rebound uit een corner. Vijf minuten later kopieerde Jaume Escudé deze wijze van scoren: 1-1. Toen Floris Jan Bovelander zes minuten later een strafcorner keihard op een Spaanse voet schoot, kreeg Bloemendaal een strafbal. Hendrik-Jan Kooijman hield het hoofd koel en pushte de 2-1 binnen.

Gelijke stand

Dat was echter niet de ruststand, want Atletic Terrassa kwam vlak voor rust op curieuze wijze op 2-2. De strafcorner van Ignasi Escudé ging via de uitlopende Cees-Jan Diepeveen de lucht in. Keeper Heiko Hulsker raakte vervolgens het zicht op de bal kwijt, waarna de bal via zijn handschoen in het doel stuiterde.

Erik-Jan de Rooij gaat op de schouders na zijn heldenrol tijdens de strafballenserie tegen Atlètic Terrassa. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Tien minuten voor het eindsignaal kreeg Erik-Jan de Rooij een seintje. De reservekeeper moest warmlopen. Oltmans besloot tot een ‘Tim Krulletje’, de reserve doelman die op het WK voetbal in 2018 door coach Louis van Gaal bij een penaltyserie werd ingezet in plaats van vaste doelman Jasper Cillessen. Bij Bloemendaal moest Hulsker bij de strafballenserie zijn plek onder de lat afstaan aan De Rooij.

Keeperswissel

‘Die wissel was voor ons een verrassing. Ik dacht: wat raar, Erik-Jan heeft helemaal geen wedstrijdritme’, blikt Schlatmann terug op dat opmerkelijke moment. ‘Erik-Jan werd de absolute held. Hij stopte in het heetst van de strijd twee strafballen. Dat was mooi voor ons, maar sneu voor Heiko. Hij werd gewisseld, zonder dat hij het aanvoelde komen.’

‘Louis van Gaal heeft dat van Roelant afgekeken’, blikt de ‘held’ De Rooij terug op de wissel. ‘Het was geen blinde gok van Roelant. In het jaar daarvoor had ik in de zaal vijftien van de negentien strafballen gehouden.’

Ik dacht er ook niet zo bij na, had ook geen tijd om zenuwachtig te zijn. Reservekeeper Erik-Jan de Rooij toen hij te horen kreeg dat hij moest keepen tijdens de strafballenserie

De Rooij was verrast door wissel, erkent hij nu. ‘Maar ik schrok niet. Ik was niet zo snel onder de indruk. Ik was jong, zat vol testosteron en had er vertrouwen in. Ik dacht er ook niet zo bij na, had ook geen tijd om zenuwachtig te zijn. Zo’n strafballenserie gaat razendsnel voorbij.’

De Rooij ontwikkelde die jaren een eigen techniek bij de strafballen. ‘Ik hield de nemer van de strafbal al ver voor het nemen van de strafbal in de gaten. Keek hij naar een plek waar hij de strafbal ging pushen. Het was geen honderd procent waterdicht systeem, maar over het algemeen klopte het.’

Strafballen

De Rooij keerde de strafballen van Jaume Escudé en Jaume Armengol. ‘Het waren niet twee dezelfde strafballen. De eerste pakte ik mooi uit de bovenhoek en de tweede pakte ik laag.’ Omdat Marc Benninga, Floris Jan Bovelander, Hendrik-Jan Kooijman en Theodoor Doyer niet faalden vanaf de strafbalstip, won Bloemendaal de Europese titel.

Een deel van de aanhang kreeg de strafballenserie echter niet mee. Een vuurpijl zorgde voor een enorme knal tussen het publiek. ‘Dat vuurwerk ontplofte onder de stoel van mijn vader’, vertelt Schlatmann. ‘Hij was helemaal groggy en werd van de tribune gehaald.’

Bordesscène

Gelukkig vielen de verwondingen mee en toen iedereen van de schrik was bekomen, begon het grote familiefeest. Schlatmann: ‘Het feest zich helemaal door tot in de straten van Barcelona. Wij liepen op de Ramblas de trappen op van zo’n statig gebouw. Daar zijn we gaan gillen met die beker. Die Barcelonezen moeten hebben gedacht: Wat gebeurt hier? Wie zijn deze gekken?’

Bloemendaal laat zich toejuichen op het balkon van Hotel Internacional in Barcelona na het winnen van de Europa Cup. Later volgt nog een bordesscène, maar dan op de Ramblas. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

‘Het was by far het hoogtepunt van het jaar’, herinnert Benninga zich. ‘Die foto bij het zwembad zegt alles. Het is een mooie afspiegeling van dat toernooi. Als ik terugkijk op alles wat ik heb meegemaakt met het hockey, is dit mijn allermooiste toernooi.’

Schlatmann onderschrijft de woorden van zijn toenmalige ploeggenoot. ‘De Olympische Spelen waren hartstikke leuk, maar om met het clubteam Europees kampioen te worden, was fantastisch.’

Ondanks de omstandigheden probeert Bloemendaal er zondag toch nog een feest van te maken. Zo organiseert de club vanaf 15.30 uur een ‘Lustrum-Familie-Clubquiz’ en is iedereen vanaf 17.00 uur van harte welkom op de virtuele Lustrum-receptie.

Aanmelden Lustrum-Familie-Clubquiz. Inschrijven kan tot zondagmiddag 14.00 uur

Bekijk de virtuele Lustrum-receptie


21 Reacties

  1. charly

    1️⃣2️⃣5️⃣ jaar 🧡 gefeliciteerd

  2. stekel

    Veruit de mooiste club van het land !

  3. luchtisblauwgrasisgroen

    🧡🧡🧡

    1. Hockey12345-

      Luchtisblauwgrasisgroen zonder poen wordt Bloemendaal geen kampioen

    2. luchtisblauwgrasisgroen

      Ik zou ook jaloers zijn op Bloemendaal als ik fan van een andere club was. Mooiste club van Nederland 🧡🏑

    3. Hockey12345-

      Ik denk dat je met mooiste rijkste bedoeld toch?

  4. al1963

    Wel prettig met zo n support van het lokale “ clubblad” de Telegraaf en Website hockey.nl ....😉Verder mooie club met veel historie en geld om ieder seizoen H1 “ aan te vullen “.......

  5. maaja

    Vooral een goede club met goed scoutingsapparaat . Weinig eigen talenten (...ook de Nooijer is niet opgeleid door Bloemendaal maar komt van Alkmaar) en teveel reservaatgevoel als je daar rondloopt. Ik was altijd erg gecharmeerd van de entourage bij Pinoke en Den Bosch.....net iets meer down-to-earth mensen ...Heerlijk. En trouwens...bij deze verenigingen weten ze wel hoe je moet opleiden ;)

    1. Van Dessau

      Wat een azijnpissers allemaal!

  6. winteraeken

    Aub stop met die bijzondere eigen meningen? Bloemendaal is een uitzonderlijke familie club! De triple met twee buitenlanders!! Wat een prachtige tijd en heerlijk verhaal van Marc en Gert Jan! Gewoon allemaal toppers met Floris en vader de sterkhouders! Maar....niet alleen zei! Gewoon een top generatie! Proficiat Bloemendaal!

    1. Hockey12345-

      ‘Uitzonderlijke familie club’ met een heren 1 waar zowat niemand uit eigen jeugd komt. ‘Een familie club met veel €€ om internationals te betalen’ is beter verwoord

    2. robboomsma

      Ook dit is een mening...

  7. maaja

    Dat is uw mening.

  8. KarachiKing

    Ik kan me wel enigszins in beide meningen vinden... Voor de succes van het eerste mannenteam verdienen ze natuurlijk alle lof. Echte een fantastische prestatie. Maar om het nu veruit de mooiste club van het land te noemen daarin doe je andere verenigingen te kort.

  9. pacoh

    Duidelijk. Bdaal you like them or hate them. Geld geen onbelangrijk ding daar. Vinden zichzelf in ieder geval geweldig. Maar daar hebben reservaten vaker last van.

    1. Hockey12345-

      Eens eens

  10. stekel

    Er zijn gelukkig weinig echte familieclubs die zo’n jarenlange reeks successen weet te combineren met een zeer hoge ‘participatie’van haar leden en die een gezonde en strikte scheiding heeft, financieel, tussen H1/D1 en breedte hockey en dat al jaren lang. Welke club kan dat zeggen?

    1. Hockey12345-

      Bij alle andere clubs zijn participaties in de vorm van fluiten, bardiensten, hulp met onderhouden complex etc. Bij Bloemendaal is een gebruikelijke participatie een hoop geld en succes ermee.

  11. KarachiKing

    Wat te denken van Den Bosch....ik noem maar even een voorbeeld waar ik dan weer trots op ben...

  12. KarachiKing

    073....even goed lezen

  13. partijtje

    Gefeliciteerd🥳👌


Wat vind jij? Praat mee...