Debuut Ronald Jansen zonder helm zorgt voor gebroken neus

In de serie ’40 jaar Champions Trophy’ blikken we terug op de mooiste momenten van het beroemde toernooi, dat in Breda voor de laatste keer gespeeld wordt. De legendarische keeper Ronald Jansen (54) won met het Nederlands elftal twee keer olympisch goud en de wereldtitel. Hij maakte in 1987 zijn debuut bij de Champions Trophy in Amstelveen. Zonder helm.  

Dertig jaar later spoort de vrouw van Ronald Jansen hem nog regelmatig aan om die neus eens recht te zetten. Voor haar nachtrust, want Jansen snurkt nogal door de gebroken neus. ‘En ik ben sneller verkouden hè’, zegt hij erbij.

Als je de neus vanaf de zijkant bewondert, valt het in eerste instantie niet eens zo op. Maar als je aan een eettafel recht voor Jansen gaat zitten, zie je dat de neus vanaf de bovenkant scheef afloopt. Een pronte neus, die direct diagonaal naar links loopt.

De hockeybal kwam dus van rechts.

Die neus is een aandenken aan het debuut van Jansen in het Nederlands elftal en de Champions Trophy in 1987. Hij keepte in het Wagener Stadion zonder helm. Dat vond-ie alleen maar onhandig: ‘Met helm moest je voor mijn gevoel tussen de spijlen kijken. Ik had het idee dat ik het dan minder goed zag. Directe schoten, daar reageer ik gewoon op. Daar heb je die helm niet voor nodig als bescherming.’

Eigenlijk was het de bedoeling dat Jansen als reservekeeper geen speelminuten zou maken, zoals hij dat in 1987 op het gewonnen EK in Moskou ook niet deed. Maar eerste keeper Frank Leistra brak zijn vinger in de derde poulewedstrijd, tegen Engeland. Dus maakt de 23-jarige Jansen zijn debuut voor het Nederlands elftal, tegen Argentinië in een vol Wagener Stadion. Trots staat de keeper uit Sint-Michielsgestel op het veld. Met vrij uitzicht, zonder tralies voor z’n ogen.

Totdat het fout gaat.

Een tip-in schiet via een Argentijnse stick hard op de neus van Jansen. De wedstrijd wordt gestaakt. Bloed gutst uit de beschadigde neus. Er is geen vervanger voorhanden, die in de goal kan staan. ‘Hij is niet gebroken hoor’, zegt de medische begeleiding van het Nederlands elftal. ‘Mijn neus deed pijn. Maar ja, je loopt niet op je neus toch? Ik had er als keeper niet enorme last van.’ Er is niemand geweest die hem ooit heeft verteld dat zijn neus gebroken was. Hij weet het gewoon. Elke dag leeft hij met de kleine ongemakken van die scheve neus.

Bastiaan Poortenaar, Ronald Jansen en Jacques Brinkman op de Champions Trophy in Pakistan. Foto: KNHB/Jeroen van Bergen

Langzaam richting de wereldtop

In 1987 wordt Nederland in het Wagener Stadion tweede op de Champions Trophy, achter West-Duitsland. Oranje verliest de belangrijke poulewedstrijd tegen Engeland met 0-1, maar de tweede plaats betekent in 1987 op een sterk bezet toernooi heel wat. Oranje voelt dat het langzaam tot de wereldtop gaat behoren. Dat wordt in 1988 met olympisch brons en in 1990 met de wereldtitel duidelijk bevestigd.

Wat in ieder geval verandert na deze Champions Trophy is de regelgeving. De internationale hockeyfederatie FIH maakt na de gebroken neus de helm in het hockey verplicht voor keepers. Jansen zelf heeft ondertussen bedankt voor Oranje. De eigenzinnige keeper kan niet leven met een rol op het tweede plan. Een terugkeer lijkt jarenlang niet in de planning voor Jansen, maar als bondscoach Roelant Oltmans hem vijf jaar later opbelt om hem te vragen of hij weer eens mee wil doen, omdat keeper Richard Lemaire geblesseerd is, probeert Jansen het toch. Zolang hij maar echt kans maakt om eerste keeper te zijn.

Jansen moet de concurrentie aangaan met Bart Looije. Hij komt als winnaar uit deze strijd en groeit uit tot een fenomeen, bekend om zijn grote mond, zijn enorme aanwezigheid en het vermogen om te excelleren in de grote wedstrijden.

De beroemde uittrap van ‘voetbalkeeper’ Ronald Jansen

De succesvolste Nederlandse keeper ooit

Jansen was de laatste keeper zonder helm, maar grappig genoeg juist de eerste in Nederland die het ‘foam’, het schuim, omarmde. Oude legguards bestonden uit spijlen, van leer. Dat maakte het hele keepersvak anders. Ballen bleven ‘hangen’ voor de legguards na een gestopte inzet en moesten worden weggewerkt. Met foam stuiteren de ballen direct terug. Jansen adopteerde het foam razendsnel in zijn voordeel. Hij werd onder andere beroemd met zijn uittrappen over het hele veld, die hij als oud-voetbalkeeper ooit begon, tot verbazing van alles en iedereen die ernaar zat te kijken. Dan ging de bal op de hockeystick, de lucht in en via zijn klomp zo het hele veld over. De voetbalkeeper werd in de jeugd pas hockeykeeper toen hij zich bij Wageningen had aangemeld. Hem werd verteld dat hij als speler naar Jongens A2 mocht. Als keeper zou het Jongens A1 worden. De keuze was snel gemaakt. De uittrappen later zijn een mooi overblijfsel aan z’n tijd als voetballer.

‘Ik denk nog steeds dat foam mij een tweede keepersleven heeft gegeven. Ik vond dat mooi spul. Ik vond de bal uittrappen schitterend. Ik speelde er mee.’ Jansen noemt zichzelf een laatbloeier, maar veel keepers zijn laatbloeiers. Als dertiger is Jansen het meest succesvol en wint hij de Olympische Spelen van 1996 en 2000 met Oranje. In 1998 wordt hij in eigen land wereldkampioen. Samen met spelers als Floris Jan Bovelander, Marc Delissen, Stephan Veen en Jacques Brinkman is hij een van de belangrijkste spelers van de gouden generatie. Een van de meest iconische Nederlandse keepers ooit. Jansen vindt dat keepers ook vooral vertrouwen moeten krijgen. Dan komt het goed.

De prijs de ‘Gouden Helm’

Jansen zegt: ‘Er zijn geen goede keepers. Je máákt goede keepers. Keepen is een vak apart. Ik werd zelf pas écht goed toen ik het vertrouwen had dat ik ook een keer een bal mocht missen. Niet dat ik dat deed, maar ik moest wel dat gevoel hebben. Wat ze tegenwoordig doen met keepers wisselen tijdens de wedstrijd: ik denk niet dat het goed is. Maar dat moeten die jongens ook zelf aangeven.’ De keeper met een mening ontkomt er niet aan soms met weemoed terug te kijken naar de omgangsvormen van zijn generatie.

‘Wij waren in onze tijd heel direct tegen elkaar. Dat is tegenwoordig zeldzaam. Dan zei aanvoerder Marc Delissen in het kringetje dat het wel lekker zou zijn als ik die ballen bij de strafcorner eens zou stoppen. Dat was niet leuk om te horen, maar hij had wel gelijk. Dat sprak je wel naar elkaar uit. Het Nederlands elftal nu vind ik een stel ideale schoonzonen. Wat ik in ieder geval heb geleerd, is dat je eigenwijs moet zijn in het leven.’

Seizoen 2014-2015. Landskampioenschappen ABC-jeugd Zaalhockey 2015. Jansen met dochter Yibbi.

Eeuwig souvenir van zijn debuut

De houding van Jansen heeft hem geen windeieren gelegd. Zakelijk en privé niet. Hij woont in Gemonde, een klein dorpje bij Sint-Michielsgestel, in een schitterend verbouwde boerderij. Het kantoor van zijn eigen bedrijf ligt achter het huis. Zijn dochter Yibbi Jansen, strafcornerkanon bij Oranje-Rood, eet ‘s middags gezellig een gebakje mee voor het interview, terwijl zijn vrouw op zoek gaat naar relikwieën van de tijd van de Champions Trophy. ’s Ochtends heeft hij nog tachtig kilometer gefietst. Het gaat hem voor de wind. De scheve neus is een kleinigheidje in een mooi bestaan, een eeuwig souvenir van zijn debuut bij Oranje, op de Champions Trophy in het Wagener Stadion.

 

 


2 Reacties

  1. Ingmardvdh@mail.com

    ingmar01

    Mooi artikel. Het is overigens Frank Leistra, voormalig topkeeper en all-time-maatje ‼️

  2. Sander Collewijn

    sandro14

    Dank je, en de lange ij is ingewisseld.


Wat vind jij? Praat mee...