Tackle Back: de dag dat Den Bosch Dames 1 haar eerste titel won

Vandaag is het precies 21 jaar geleden dat Den Bosch Dames 1 haar eerste landstitel in de clubhistorie veroverde. Door een golden goal van spits Esther Verhoeven in de uitwedstrijd tegen Amsterdam besliste de formatie van coach Siegfried Aikman de play-offs in haar voordeel. In de nieuwe rubriek Tackle Back blikken we samen met Aikman en Verhoeven terug op die memorabele dag. Over de speech van Mijntje Donners, overnachten in hotels en het haar van Aikman.

De datum 4 april 1998 staat letterlijk in het geheugen gegrift van de toenmalige speelsters en staf van Den Bosch Dames 1. Dat blijkt wel uit de reactie van Esther Verhoeven op de mail die we haar sturen voor het maken van een interviewafspraak. Al bij het lezen van ons bericht komen alle herinneringen aan dat seizoen weer boven bij de inmiddels 44-jarige verpleegkundige.

‘De tweede en beslissende wedstrijd tegen Amsterdam, de golden goal en meteen daarop het eindsignaal… ik kan het allemaal moeiteloos terughalen’, zegt Verhoeven als we haar daadwerkelijk spreken. Hoewel Amsterdam in het tweede duel de betere ploeg was en handenvol kansen kreeg, was het Den Bosch dat genadeloos toesloeg.

‘Na zeventig minuten stond het 0-0, net als in de eerste wedstrijd die we op eigen veld na strafballen wonnen. Er waren nog 37 seconden te spelen in de eerste verlenging toen ik de bal veroverde op onze helft. Ik ben als een gek gaan rennen. Ik combineerde met Mijntje Donners die me de bal vlak buiten de cirkel teruggaf. In de cirkel speelde ik keeper Clarinda Sinnige uit en sloeg ik de bal in de verre hoek. Bam. Over en uit. Het was exact zoals Mijntje vóór de start van de play-offs in een indrukwekkende speech had voorspeld. Ook dát maakt die finalewedstrijd zo bijzonder.’

Esther Verhoeven maakt de golden goal in Amsterdam. Mijntje Donners (geheel rechts) kijkt toe. Foto: Jeroen van Bergen

Mooie, rake woorden van Mijntje Donners

De speech van Mijntje. Verhoeven krijgt wéér kippenvel als ze eraan terugdenkt. Mijntje Donners, de grote roerganger van het team, de keiharde aanvoerder met ‘haar op de tanden’, zoals coach Siegfried Aikman haar omschrijft. Maar ook een zeer sociaal bewogen persoon, zo blijkt ook uit haar befaamde speech. Verhoeven: ‘Mijntje nam de avond vóórdat de play-offs begonnen het woord en sprak eerst naar elke speelster afzonderlijk een paar mooie woorden uit. Ze had voor iedereen een persoonlijke tekst geschreven. Dat maakte al enorm veel indruk. Daarna schetste ze heel gedetailleerd het droomscenario voor de finale. Ze liet ons de wedstrijd als het ware vooruitbeleven. Dat het uiteindelijk ook zo gebeurde, zal ik nooit meer vergeten.’

Slotwoorden uit de speech van Donners:
Maar beeld je eens in: 2-1 voor en het fluitsignaal gaat. We zijn kampioen, handen de lucht in, Dil in tranen, hoor je het publiek al: oorverdovend!! Op de tafels in het clubhuis dansen. Ik hou van Den Bosch komt uit de boxen. Het kan echt, we moeten ervoor gaan. Met z’n allen knokkend dan lukt het wel! Heel veel succes én plezier.”

Het droomscenario dat Donners vlak voor de beslissende wedstrijden van het seizoen verklapte, zat al het hele seizoen in haar hoofd. Samen met de andere sterkhouders Minke Booij, Ageeth Boomgaardt en Margje Teeuwen bedacht ze aan het begin van het seizoen een plan met een doelstelling die er niet om loog: een einde maken aan de hegemonie van de westerse clubs in de Hoofdklasse Dames.

Sinds de titel van het Tilburgse Were Di in 1977/78 was er geen enkele Brabantse club in geslaagd het nationale kampioenschap te veroveren. Het waren HGC, Kampong en Amsterdam die heersten. Dat irriteerde, dat deed pijn. Dat moest anders. En wel zo snel mogelijk.

Valse start

‘Dat ambitieuze doel kwam echt van de dames zelf’, zegt toenmalig coach Aikman (59), de huidige bondscoach van de Japanse mannen. ‘Ik kon me er wel in vinden. Op basis van onze kwaliteiten was een kampioenschap mogelijk. Ik had een mix van zeer ervaren en talentvolle speelsters tot mijn beschikking. We hadden behalve Donners, Booij, Boomgaardt en Teeuwen nog de ervaren keeper Jacqueline Toxopeus en Dillianne van den Boogaard. Esther Verhoeven kwam over van Kampong en we haalden Miek van Geenhuizen, Fleur Mackay, Eline Rottier en Neeltje van de Leeuw bij de groep. Toch kenden we een valse start, want we verloren de eerste paar wedstrijden.’

Voormalig Den Bosch-coach Siegfried Aikman. Foto: Frank Rozendaal

Tijdens een speciaal ingelaste teambespreking in de Bossche kroeg ‘t Pumpke vielen dan ook harde woorden. Aikman: ‘De ambitie om kampioen te worden zat wel in de ploeg, maar de meiden handelden er onvoldoende naar. We hebben die middag harde afspraken gemaakt over eigenaarschap van je doelen, over verantwoordelijkheid nemen. Als je iets wilt, dan moet je er ook naar handelen. Er was ook wat discussie ontstaan over het leiderschap binnen het team. Mijntje was de aanvoerder, maar viel al vroeg in het seizoen uit met een knieblessure. Dat gaf onrust, maar ook dat hebben we onderling opgelost. Daarna hebben we het geluk gehad dat we de eerste paar wedstrijden na die middag in de kroeg meteen wonnen. Dat gaf een enorme boost.’

Overnachten voor wedstrijden

Na die valse start kende Den Bosch een uiterst stabiel seizoen waarin de ploeg zich na een lange reeks zonder nederlagen uiteindelijk als nummer vier van de ranglijst plaatste voor de play-offs om de landstitel. Niet voor het eerst, want in het seizoen 1994/95 streed de club ook al eens mee om de titel. Toen sneuvelde Den Bosch echter al meteen in de halve finale na twee nederlagen tegen HGC. Deze keer moest alles anders, zo wist ook Aikman. De coach kwam dan ook met iets nieuws.

‘Spelen in de play-offs was redelijk nieuw en onwennig voor de meeste meiden. Ik wilde iets speciaals doen, iets wat het groepsgevoel en de onderlinge saamhorigheid zou versterken. Ik stelde de clubleiding voor om steeds daags vóór de playoff-wedstrijden te overnachten in een hotel. Nu is zoiets heel normaal, maar in die tijd was het vrij uitzonderlijk. Eigenlijk hadden we daar helemaal geen budget voor, maar onze manager (clubicoon en ondernemer Ton de Groot, red.) had het geld via zijn vele contacten zo bij elkaar.’

Aikman wilde met deze wedstrijdbenadering de sfeer bij de nationale ploeg nabootsen en zo ook bij de niet-internationals van Den Bosch een bijzonder gevoel oproepen. ‘Als iedere speelster zich thuis afzonderlijk voorbereidt op zo’n wedstrijd, dan heb ik als coach totaal geen zicht op de emoties en de spanning bij de meiden. Bovendien word je in je eigen omgeving gemakkelijk door allerlei zaken afgeleid.’

Verhoeven vult aan: ‘Als je met zijn allen in zo’n hotel bent, dan gaan de neuzen vanzelf dezelfde kant op. De spanning is bij iedereen zichtbaar, dus daar kun je onderling iets mee doen. Soms was er een serieus gesprek, vaak een dolletje. Bij ons gaf het ons saamhorigheidsgevoel een geweldige impuls.’

Schaar in het haar van Aikman

Als extra motivatie voor succes in de reguliere competitie en de play-offs maakte Aikman halverwege de competitie nóg twee afspraken met zijn speelsters: bij een kampioenschap mochten ze de schaar zetten in zijn weelderige haardos en zou hij voor het eerst in zijn leven een biertje drinken. Aikman: ‘Ik wilde ze op speelse wijze prikkelen, maar ze namen het vrij serieus op, haha. Ik liep maanden met een verschrikkelijk grote haardos rond, ik leek wel een zwerver. Maar ik kon natuurlijk tussentijds niet naar de kapper, want dan zou ik de afspraak schenden.’

Al direct na het laatste fluitsignaal in Amsterdam en de zekerheid van de eerste landstitel ging de schaar in het haar van Aikman. Niet veel later had de coach voor het eerst in zijn leven een biertje gedronken. Er zouden er in de nacht van 4 op 5 april nog vele volgen. ‘Dat ik helemaal niet dronk, dat vonden de meiden sowieso al raar. Nou, ik heb het geweten. Ik ben er goed ziek van geweest. Maar het was het zeker waard.’

‘Siegfried was een fijne coach’, zegt Verhoeven. ‘Iemand die wist hoe hij met meiden moest omgaan. Hij kon als geen ander verbinden. De oude garde, de internationals, de jonge talenten; hij maakte er snel één geheel van. Sommige meiden liepen zelf al over van vertrouwen, anderen gáf hij juist vertrouwen. Zoals bij mij. Ik was geen Mijntje, die alles uit zichzelf kon halen. Ik had vertrouwen van de coach nodig om te presteren.’

Den Bosch-aanvoerder Mijntje Donners toont de kampioensbeker. Foto: Jeroen van Bergen

‘Ik wist dat we met iets unieks waren begonnen’

Niemand bij Den Bosch kon op die mooie zaterdag in april 1998 vermoeden dat de eerste landstitel in de historie het startsein zou zijn van een ongekende reeks nationale successen. In de twintig jaar na dat kampioenschap volgden liefst achttien (!) nieuwe titels. Alleen in de seizoenen 2008/09 en 2012/13 moest Den Bosch buigen voor Amsterdam.

‘Dat Den Bosch op zo’n manier een einde heeft gemaakt aan de hegemonie van het westen, dat had ik nooit kunnen denken’, bekent Aikman. ‘Maar ik wist wél dat we met iets unieks waren begonnen. Dat zat hem vooral in de aandacht die we de spelersgroep schonken op momenten dat de internationals in ons team met het Nederlands elftal op pad waren. Ik wilde voorkomen dat er verschil zou ontstaan tussen de groep internationals en de overgebleven speelsters. Dus boden we de thuisblijvers vaak een heel ambitieus trainings- en activiteitenprogramma aan op momenten dat de topspeelsters interlandverplichtingen hadden. Op die manier ontstond er geen statusverschil en kregen de thuisblijvers ook de waardering en behandeling die ze verdienden.’

Voor Verhoeven was het geen verrassing dat Den Bosch na het behalen van de eerste landstitel de boventoon kon blijven voeren in het vrouwenhockey. De titel gaf de club en de speelsters een oceaan aan vertrouwen, weet de voormalig goalgetter. ‘Het Plan van Donners, Booij, Boomgaardt en Teeuwen werd daarna telkens aangescherpt, elk seizoen opnieuw. Er werden steeds veel jeugdspeelsters bij Dames 1 betrokken en andersom toonden de meiden uit het eerste elftal veel betrokkenheid bij de jeugd. Daardoor is er in alle geledingen saamhorigheid en eenzelfde mentaliteit ontstaan. Een harde mentaliteit, maar wel met een Brabants tintje. Elkaar alles gunnen, ongeacht je status in het veld. Dat teamgevoel zie je nu nog steeds bij Den Bosch.’

Den Bosch Dames 1 in seizoen 1997/98. Voorste rij, hurkend van links naar rechts: Anita Bergmans, Neeltje van de Leeuw, Sandra van Ballegooij, Esther Verhoeven, Jacqueline Toxopeus. Middelste rij: Ton de Groot (manager), Ageeth Boomgaardt, Dillianne van de Boogaard, Margje Teeuwen, Miek van Geenhuizen, Mijntje Donners, Fleur Mackay, Minke Booij, Marloes Jansen, Hansje Janssen, Eline Rottier. Achterste rij: Bernadette van Bendegom, Siegfried Aikman (coach), Mijanou Robeerst. 

 


1 Reactie

  1. Nuchterrr

    Nuchterrr

    WOW en veel betrokken bij de clubjeugd Daar kunnen ze tegenwoordig wat van LEREN ....hmm only money on my head Bah.


Wat vind jij? Praat mee...