Hockeyverhalen: Legendarische Thé Dansants in de Pinok­é-skihut

In ‘Hockeyverhalen’ anekdotes van redacteur Sander Collewijn, die o.a. bij Hurley Hoofdklasse speelde. Deze week over het oude houten clubhuis van Pinoké, waar legendarische feestjes werden gehouden. 

De nieuwste clubhuizen lijken op showrooms van autodealers. Ze zijn uitgestrekt en groot, met glazen wanden die de taal van de architecten van nu spreken. Die wonderen van glas zijn praktisch en duurzaam. Van buiten ogen de gebouwen fris, van binnen is het mooi licht en kun je over de velden kijken. De hockeyclub is een soort etalage geworden.

Het moderne clubhuis van Oranje-Rood.

Houten balken hebben plaatsgemaakt voor glas

Het tegenovergestelde hiervan was het oude clubhuis van Pinoké, dat wij bij Hurley ‘de skihut’ hadden bestempeld, maar die ze bij Pinoké zelf het ‘chalet’ noemden. Daar is veel voor te zeggen. De skihut van de Steekneuzen was alles wat we nu niet meer willen. Donker en smerig. Raampjes omdat het moest en hout, héél veel hout. Zowel het dak en het terras op de eerste verdieping deden meer denken aan een après-skitent in Saalbach of Val Thorens. Het gebouw leek uit de Alpen te zijn opgepikt en in het Amsterdamse Bos neer te zijn geplempt.

Dit tot groot geluk van alle hockeyers in Nederland. Pinoké uit, betekende eerst kijken of er ook Thé Dansant was. Want de ‘TD’ in de Amstelveense skihut was misschien wel de beste van Nederland. Als er een feestje was in de skihut dacht je zondagochtend na over wat je ná de wedstrijd zou dragen, in plaats van tijdens, waardoor je de goede kleur uitsokken vergat in je hockeytas te stoppen.

Het oude chalet van Pinoké.

Met duizend mensen opgepropt in de skihut was het één keer per maand wel Sodom en Gomorra. In de hoek van het clubhuis had Pinoké Heren 1 na de wedstrijd hun eigen biertap, waar je als directe tegenstander eindeloos bier kon krijgen. Het fungeerde als thuishaven in een kolkende massa. Als die bar sloot, had je het zwaar.

Vanaf de dansvloer naar de bar lopen om zelf bier te bestellen – hemelsbreed tien meter – duurde een half uur, waar je je eerst langs kronkelende lichamen worstelde, om veel te lang aan de kleine bar te wachten, om daarna hetzelfde loopje weer terug te maken, alleen nu met een grote kan bier in je handen en glazen in je zakken, terwijl je tien keer werd aangesproken en geduwd door tegenstanders, teamgenoten, ex-teamgenoten, coaches, oud-coaches, scharrels en ex-scharrels, terwijl ze ondertussen vroegen of je gewonnen had met hockey en of ze nog een sigaret konden bietsen.

Het clubhuis van Bloemendaal. Een dubbel chalet. Foto: Koen Suyk

De geur in het oude chalet was niet altijd even prettig

De temperatuur in die sauna liep altijd zo hoog op, dat je af en toe naar boven moest, om naar adem te happen. Na afloop strompelden we met wat teamgenoten en wat nieuwe bekenden naar de Amstelveenseweg, om te besluiten dat kipsaté bij café 1890 wel erg lekker is om één uur ’s nachts. Daarna gingen we vaak bij iemand thuis nog even door, want het leven is toch maar kort.

En dat allemaal dankzij die houten blokhut in het Amsterdamse Bos, aan de Jan Tooroplaan, die vooral veel nadelen had, als het niet als feesttent fungeerde. Alles wat ’s avonds prettig was, bleek overdag vooral irritant. De vloer plakte dagen na van de TD. Als je daar als coach van Hurley Jongens C1 in het weekend moest spelen, voelde dat ongepast.

Dan stond je zaterdagochtend tien uur in die skihut. Het hout kon de hardnekkige geur van zweet, bier en scheenbeschermers niet verdoezelen. Na de wedstrijd stonden kannen ranja op een houten tafeltje, waar een paar dagen eerder nog op was gedanst door dames 21. Niet ideaal voor twaalfjarigen en hun ouders. Vandaar dat Pinoké uiteindelijk overstag is gegaan en voor de nieuwe designtaal is gegaan.

Een van de clubs die nog wel lijkt te geloven in de skihut, is Klein Zwitserland in Den Haag. Dat clubhuis is een broer van dat oude chalet van Pinoké (bij navraag blijkt dat de chalets van Pinoké en KZ uit eenzelfde soort Fins houten bouwpakket kwamen, hierover komende week meer). Maar ook daar zullen sommige leden nadenken over een duurzamere variant.

Het clubhuis van Klein Zwitserland. Foto: Koen Suyk

Nieuwe clubhuis van Pinoké is ook een verwijzing naar hun oude chalet

Bloemendaal heeft al heel lang hetzelfde clubhuis. Een nettere, dubbele versie van de Pinoké-skihut. Elke club heeft het clubhuis dat bij hun DNA en hun budget past. Zet op ’t Kopje een hoogstandje neer van glas, en de gemiddelde Bloemendaler zou zijn neus ophalen voor zoveel avantgardistisch geweld.

Waar hockeybolwerken als Bloemendaal en Klein Zwitserland vasthouden aan het idee van een chalet, zijn veel clubs overstag gegaan voor het design van De Showroom. Pinoké heeft tegenwoordig een groot clubhuis met heel veel glas, dat dankzij de donkere houten accenten in het design een subtiele verwijzing is naar hun oude chalet.

Het huidige clubhuis van Pinoké. Foto: Koen Suyk

Fins bouwpakket

Bij Voordaan stond er ooit een vervallen hut, waar in het midden altijd een grote kookpot leek te borrelen, om iedereen van voedsel te voorzien. Daar staat nu alweer een tijd een modern gebouw, waar glas de baas is. Hetzelfde geldt voor Hurley. Hetzelfde voor Oranje-Rood. In Eindhoven hebben ze gekozen voor een futuristisch wit gebouw, met veel glas. Smaken zullen hierover verschillen.

Maar dit verhaal begon over de heerlijke skihut van Pinoké. Das war einmal. Een donker chalet waar de feestjes als vanzelf legendarisch werden en waar jeugdteams overdag nogal beteuterd over de plakkerige vloer schuifelden. De rookvrije glazen clubhuizen van nu zijn veel beter en vriendelijker voor een grote doelgroep. Geschikter om sponsors te ontvangen. Een veel beter visitekaartje. Ook in die glazen paleizen kan goed gefeest worden, zeker als het buiten een beetje snel donker wordt.

Maar niets ging boven een Thé Dansant in die skihut van Pinoké, waar het steevast veel te heet werd tussen het Finse hout. De leden van Pinoké waren ooit mordicus tegen de vervanging van hun geliefde chalet. In hun hart konden ze er geen afscheid van nemen, maar nu schijnen ze niet meer terug te willen.

Lees ook andere hockeyverhalen:


9 Reacties

  1. benzinewagen

    Jaja, die oude tijden bij Pinoké. Je moest in de jaren ‘80 nog op audientie bij ik dacht dhr. Kaars Sijpestein - een krakerige trap op om dan op een bovenwoning aan de Keizersgracht uit te leggen dat je vader advocaat, rechter, hoogleraar-econoom, of hoofdingenieur bij Waterstaat was. Degene die de trap afkwam vertelde wat hij had verzonnen en dan pakte je gewoon de volgende titel. En dan kon het feest beginnen. Wij zijn met H3 tijdens het smartlappenfestival nog een keer door een ruit gegaan en de littekens heb ik na 30 jaar nog op mijn handen zitten. Nu is het een soort Hema vestiging geworden. Maar goed, daar kan je natuurlijk ook lol hebben...

  2. Martijn de Breet

    Dank voor het geweldige artikel! Voor Het legendarische H6 van Pinoke uit de jaren 80/90 heeft dit clubhuis nog steeds een magische lading. Door de lange 3e helft werd Studio Sport bijna nooit gehaald.

  3. pacoh

    @bezinewagen.: Albert Berkhoff zul je bedoelen. Ja club is wel veranderd door de "Hema" vestiging. Maar dat geld voor de gehele hockeywereld.

  4. solo

    Wat een tijden waren dat. Weer een top artikel

  5. RickdeVries

    Mag ik de redactie bij deze complimenteren met de artikelen in dit hockeyloze tijdperk. Ik lees ze met vele malen meer plezier dan de zoveelste stukjes over een geblesseerde speelster of het niet selecteren van een aanstormend talent. Ga vooral zo door, ook als er weer gespeeld gaat worden.

  6. peter-keegstra

    De playbackshow. Dat was pas een feest!

  7. RutgerKriek

    Mooi verhaal. Ik denk nog regelmatig met veel plezier (en een tikje weemoed) terug aan de mooie feesten die ik op Pinoke heb gehad. Ik heb het nieuwe clubhuis 1 keer gezien en om eerlijk te zijn was het erg wennen, maar goed om te lezen dat de huidige Pinoke mensen er blij mee zijn.

  8. frans-j

    Ik ken het oude Pinoke clubhuis niet. Het nieuwe clubhuis vind ik als buitenstaander juist zeer geslaagd en toch intiem. Het clubhuis van Oranje Rood daarentegen doet idd pijn aan je ogen en is ongezellig. Wat ik mis is het nieuwe clubhuis van Kampong. Weg oude gezelligheid. Werkelijk niets klopt aan het gebouw. Het lijkt op een magazijn dat nog niet af is. Slecht licht, ongezellig en een akoestiek van een gemiddeld metrostation

  9. KarachiKing

    beste Frans...Ik sluit me hier helemaal bij aan. Het oude clubhuis van Pinoke was fantastisch bij TD's maar op gewone wedstrijddagen was het geen topbestemming. Lag niet goed ten opzichte vd velden en had geen fatsoenlijk terras. Binnen was het donker en enig contact met buiten was ver te zoeken. Wat dat betreft is het huidige clubhuis een serieuze verbetering. Mooi gebouw met nog veel mooiere terrassen. Een goed voorbeeld van hoe het dus ook kan.


Wat vind jij? Praat mee...