Hockeyverhalen: Thé Dansant – het mooiste hockeyfeestje dat er is

In ‘Hockeyverhalen’ anekdotes van redacteur Sander Collewijn, die o.a. bij Hurley Hoofdklasse speelde. Deze week over Thé Dansants, de mooiste feestjes die er nu even niet zijn. 

Als de laatste tonen van ‘Het is de hoogste tijd’ klinken en net voor twaalf uur het licht definitief aangaat, besef ik me goed dat met wie ik nu sta in het clubhuis essentieel is voor de rest van de nacht. Want een Thé Dansant is in essentie een hemelse stoelendans, waar iedereen per minuut gezelliger wordt en je de nacht ingaat met de mensen die aan het einde om je heen staan. Als het licht aangaat, op het moment dat je verdoofd en nogal overmoedig bent, volgt een wankele fietstocht door het donker van het Amsterdamse Bos om door te gaan, samen met oude of nieuwe vrienden.

Als je midden in de storm zit van de Thé Dansant, bevind je je in een achtbaan. Dan word je opgetild door de aandacht, de blikken, de alcohol, je teamgenoten en het gevoel dat dit, deze avond, dit plezier het enige is dat telt. Op de Thé Dansant van de eigen club waan je je als speler van Heren 1 de koning en de gastheer van je eigen feestje tegelijk.

Als je in die waanzin even naar boven loopt, het trappetje in het clubhuis op, en vanaf de balustrade naar beneden kijkt, dan besef je pas waar je deel van uitmaakt. Zo’n duizend man in een clubhuis, voor uren verstrengeld met elkaar, met eindeloos veel kannen bier, gedans, gesjans, gegil en geschreeuw in elkaars oor. Dat lijkt van bovenaf als een soort rite, het bezweren van geesten door collectief en hysterisch het leven te vieren. Zeker nu.

*

Als je bij Hurley, Pinoké of Amsterdam hockeyt, bevind je je in het hockeyparadijs, dat unieke stukje grond in de wereld met de meeste hockeyers en kunstgrasvelden ooit, omarmd door een heerlijk bos. Drie populaire clubs op een steenworp afstand van elkaar zijn broeinesten, waar de Thé Dansants fungeren als de jachtgronden om elkaar te vinden. Het begin- en eindpunt van relaties.

De Thé Dansant op Hurley is altijd druk bezocht. Foto: Kees Boelhouwer

Toen ik net in Het Bos hockeyde, had ik het nog over Thé Dansant en sprak ik dit nog keurig zo uit. Hoe langer ik in het Amsterdamse Bos hockeyde, hoe sneller het aanduiden van dit drinkgelag ‘TD’ werd. Toen ik helemaal ingeburgerd was, bleek slechts ‘T’ zeggen genoeg. ‘Is er nog ergens een T’tje komende week?’ werd standaard hockeyvocabulaire.

De voorbereiding op de TD begon zondagochtend

Er zijn twee manieren om een TD aan te vliegen. Ongepland en ongedoucht. Of gepland en gedoucht. Het levert allebei bijzondere resultaten op. Toch nog even langs bij Pinoké, waar de feestjes ook legendarisch zijn. Dat heeft ook zijn charme, want dat betekende dat je zomaar ’s nachts ergens belandde en bij het uitkleden je scheenbeschermers nog aan bleek te hebben.

De voorbereiding op de eigen Thé Dansant op Hurley begon op zondagochtend. De sporttas inpakken is dan een serieuze taak. Een grote pot gel was belangrijk voor een jonge twintiger, net als een fles spuitdeo. En anders leende ik dat van teamgenoten.

Echt essentieel op de dag van de Thé Dansant was een beetje een normale boxershort, fris gewassen, zonder gaten en gekke patroontjes, want je wist nooit of dat kledingstuk zondagnacht nog door iemand anders zou worden gezien, als laatste halte naar kortstondig geluk. Daarom moest een lenzenbakje, gevuld met wat vloeistof, ook mee zodat je in een vreemd huis niet wakker zou worden met ontstoken ogen.

Als hockeyer moet je op alles voorbereid zijn.

Wat je daarna inpakte luisterde nauw, want er bestaat zoiets als ‘Thé Dansant-kleding’. Dit klinkt modieus, maar is het juist niet. Omdat we toch over onze eigen kleedkamer beschikten, douchten we altijd voor onze eigen TD. Dat is te vergelijken met douchen, voordat je meedoet aan Mud Masters. Je wordt viezer van een Thé Dansant dan van een half uur door een nat Amsterdams Bos tijgeren.

TD’s werden steeds meer een soort festivals. Hier Jan Smit bij Hurley TD. Foto: Kees Boelhouwer

Je kleren werden sowieso heel ranzig

Het was zaak om een donkerblauwe spijkerbroek in je tas te stoppen die onder bij de pijpen ranzig mocht worden, maar ook weer niet overkwam als een soort klusjesbroek, waarin je geverfd had. Op de een of andere manier werd die eerste dertig centimeter van de pijp beneden altijd helemaal zwart. Dat is een TD-wet. Naast die TD-broek moest ik ook nadenken wat ik verder aan zou doen.

Niemand wil namelijk overdressed op de eigen TD verschijnen als hockeyer, dat heeft iets treurigs. Hele jonge jongens en meisjes – overduidelijk nog geen senior, standaardzin: ‘Ik ben bijna 18’ – die helemaal opgemaakt en getuned naar TD gingen, liepen helemaal uit de pas. Ik koos daarom vaak voor een makkelijke longsleeve. Niet té fancy, want er ging toch liters bier overheen. Hetzelfde met schoenen. Ik wist dat mijn schoenen na een TD klaar waren voor de vuilnisbelt, dus koos ik vaak voor een paar sneakers, die je in de was kon doen. Oude Airmaxjes of adidasjes die nog niet te afgeragt waren, waren uitermate geschikt voor TD.

In de hockeytas eigenlijk nooit eau de toilette, hooguit een geleend snufje van een teamgenoot als je dat ene leuke meisje had gespot van Pinoké. Maar ook daar is nuance belangrijk. Het moest allemaal wel nonchalant overkomen. Net zo nonchalant als een TD-bedpartner op maandagochtend de welbekende zin uitsprak: ‘Dit doe ik anders nooit hoor.’ Nee, wij planden ook niet dat het allemaal  uit de hand liep. Het is en blijft een hockeyfeest, waar alles ongepland gepland volledig uit de hand loopt.

Voor de Thé Dansant moest er eerst nog gehockeyd worden. Foto: Koen Suyk

Er moest ook nog gehockeyd worden

Tussen het inpakken van de tas ’s ochtends, de voorpret en de uiteindelijke Thé Dansant bevond zich eigenlijk maar één groot obstakel.

De hockeywedstrijd om kwart voor drie.

Die zeventig minuten waren soms niet meer dan het voorspel van het Grote Genieten op het Grote Hockeyfeest. Soms kenden we beter de kalender van de verschillende TD’s uit ons hoofd dan het wedstrijdschema. Hoe de wedstrijd op zondag verliep, maakte voor het resultaat en plezier van de Thé Dansant ook niet veel uit. Hoogstens kregen we zondagavond meer complimenten, als we als degradatiekandidaat eens punten pakten of als je zelf echt lekker had gespeeld.

Als speler van Heren 1 maakte ik tijdens Thé Dansant zoveel mensen mee die tegen me aan begonnen te praten, waarvan ik de helft soms niet kende, dat het resultaat niet zaligmakend was. De een vond dat ik goed had gespeeld. De ander vroeg of ik gewonnen had. Een ander vertelde dat ik ‘snelle hockeybenen’ had.

Het oude clubhuis van de Steekneuzen. De skihut. Ook thuis van menig geslaagd Thé Dansant.

Je had de Thé Dansant voor of na een uurtje of zeven

Een rookie-fout op Thé Dansant maakte ik toen ik pas net bij Hurley hockeyde. Dat was tussendoor te weinig eten en me dan na de wedstrijd mee laten nemen op het ritme van de eindeloze bierkannen op TD. Dat betekende meestal dat rond tien uur ’s avonds het kaarsje uitging en ik moest afhaken voor de altijd interessante afterparty.

Daarom had ik met een paar vrienden gaandeweg een ritueel ontwikkeld. Rond half zeven fietsten we steevast naar snackbar Van Leeuwen, op het randje van Het Hockeybos, voor een vette hap. Een hamburger, een frietje speciaal en steevast een glas melk. Een moment van nuchterheid, voor de storm van Het Feest.

De altijd drukke Thé Dansant op Hurley. Foto: Kees Boelhouwer

De terugkomst op Hurley was daarna op de een of andere manier magisch. We parkeerden de fiets in de stalling bij het clubhuis, en toen was de metamorfose compleet. Waar om half zeven de Thé Dansant soms niet helemaal opgestart leek, was het om half acht wél altijd raak. Rond die tijd was het altijd zo bizar druk dat je nauwelijks het clubhuis binnen kon komen.

Dat betekende het startschot van het tweede en belangrijkste deel van Het Grote Hockeyfeest. Dan hadden we nog een laatste moment van bezinning, voordat we ons lieten meesleuren in de waanzin en gekte van het hockeyfeest. Als we onze jassen in onze kleedkamer van Heren 1 dropten en een laatste keer bij de spiegels van de overvolle toiletten de kapseltjes checkten, liepen we daarna door de deur, die de grens betekende tussen de bar en het gedeelte van de kleedkamers en toiletten. Eén stap over die drempel en je belandde in de achtbaan die TD heet.

Let’s go.

Volgende week zaterdag deel 2 over Thé Dansants.

Lees ook andere hockeyverhalen

5 Reacties

  1. jonathan

    Heerlijk, zaterdagochtend, lui nog in pyjama, kop koffie en even kijken of iedereen bekomen is van alle "hockeyellende " van de laatste 10 dagen. En.......gelukkig een heerlijk nostalgisch, vrolijk verhaal van Sander. Top!!!

  2. cedem

    Leuke herinneringen aan de oude tijd in het Bos.

    1. AvA

      Idd geweldig. Vooral op Pinoke in die hut was leukste. Adam sfeer in clubhuis was wel anders maar ook leuk! Mooie herinneringen idd.

  3. Gekkie123

    Wat missen we dit. Veel gelachen en .......

  4. Sjoerd Lobach

    Heerlijk, zo herkenbaar. Ook bij clubs buiten het bos. Alweer dank Sander


Wat vind jij? Praat mee...