Hockeyverhalen: het district en de DOD, dat was geen groot succes

In ‘Hockeyverhalen’ anekdotes van redacteur Sander Collewijn, die o.a. bij Hurley Hoofdklasse speelde. Deze week over spelen in het district. Voor de ene speler een geweldige ervaring, voor de ander een kwelling.  

Een zaterdagmiddag, bovenin het bomvolle clubhuis van Amersoort. Ouders en kinderen met strakke gezichten. Het enige dat er op dat moment bestaat is het geluid uit de luidspreker, die door de ruimte galmt. Die luidspreker spuugt de namen uit van de uitverkorenen, de talenten die het gered hebben. De selectie van District Midden Nederland B. Bij elke naam die voorbij komt zijn de oren gespitst op de eerste letter, waarna er een klein zuchtje teleurstelling door mijn lichaam glipt. Totdat ik opeens, na zeker zo’n vijftien namen, toch mijn eigen naam hoor.

Ongelofelijk. Ik zit gewoon bij de beste twintig spelers van mijn leeftijdscategorie, van het hele district Midden-Nederland.

Het is snel gegaan. Een paar weken eerder had ik nog nooit van het concept ‘hockeydistrict’ gehoord. Vlak voordat ik op brugklaskamp ging, hoorde ik dat mijn club IJsseloever me had opgegeven voor de voorspeeldagen, samen met mijn teamgenoot Jasper. Ik was twaalf jaar oud en bedacht me tijdens het brugklaskamp wat dat district eigenlijk was en of ik daar in zou komen. Ik had nog nooit gehoord van het district en snapte ook niet waarom er districten zijn, als je Nederland normaal in provincies indeelt.

Meisjes B van Noord Nederland tijdens de teambespreking bij de DOD (DistrictsOntmoetingsDag) jeugdhockey. Foto: Koen Suyk

De Grote Voorspeeldag in Amersfoort

Er was een tussenronde op SCHC in Bilthoven, waar de wegen van Jasper en ik zouden scheiden. Bijna niemand viel af in die tussentijdse selectieronde, behalve Jasper. De kleine ausputzer met de mokerslagen huilde omdat hij niet tot bij de beste hockeyers van het district Midden-Nederland hoorde. Ik reed mee met Jasper en zijn vader naar IJsselstein en wist de hele terugrit niet wat ik moest zeggen, behalve dat hij misschien volgend jaar meer succes zou hebben.

Op de Grote Voorspeeldag in Amersfoort speelde ik voor mijn gevoel unaniem mee. Ik wist ook niet wat de bedoeling was. Moest ik laten zien dat ik een teamplayer was, of moest ik showen hoe vaak ik die bal wel niet op en neer kon halen? De meeste spelers waren een stuk ouder en beter, dus dat ik al op 12-jarige leeftijd tot de elite van Midden-Nederland hoorde, mag een klein wonder heten. Een man van de selectiecommissie kwam naar me toe, om me te vertellen dat ik wel heel jong was, maar dat ze veel potentie in me zagen.

Voordat ik in het district kwam heb ik met veel plezier gehockeyd. Daarna ook. Vanaf de dag dat ik in het district zat, werd ik elke training op IJsseloever begroet met de volgende woorden: ‘Daar is-ie, de jongen van de bond!!’ Ik vond het meestal vleiend, soms irritant, maar er was geen ontkomen aan. Ik was de enige van de hele club die het district had gehaald. Na de openbaring in Amersfoort kreeg ik regelmatig post van de hockeybond, met informatie over het district, met het KNHB-logo. Dat was elke keer weer bijzonder.

Noord- Holland vs Midden Nederland Jongens C Lucas Veen van Midden Nederland. VOLVO DOD (Districtontmoetingsdag) 2015 Hockey in Amstelveen. Foto: Koen Suyk

Aan alle kanten voorbij gelopen

Een paar weken later zaten mijn moeder en ik in haar autootje, op weg naar de allereerste training van het district. Het bleek de opmaat van drie jaar lang, elke maandag samen naar Amersfoort rijden. Meestal ging zij twee uur in de stationsrestauratie zitten, om haar werk te kunnen doen.

Af en toe bleef ze twee uur in het clubhuis, en dan zag ik vanaf het veld haar zitten bovenin het clubhuis, maar dat had niet mijn voorkeur. De wekelijkse opoffering kwam uit moederliefde, maar ze liet me ook weten dat zij haar vrije tijd opofferde om mij elke week naar het district te brengen, dus ik voelde ook de druk dat die tijd wat op moest leveren. De crème de la crème van Midden-Nederland stond elke maandagavond in Amersfoort te trainen. De eerste training staat in mijn geheugen gegrift. Mijn debuut bij de elite.

De dag dat ik hockeyles kreeg.

Ik kreeg een hesje en moest 1-tegen-1 duels verdedigen. Vanaf het eerste duel werd ik aan alle kanten voorbijgelopen. Die jongens waren stuk voor stuk beter. Twee koppen groter ook. Ik was samen met een jongen van Soest de enige die altijd in z’n eentje kwam. De rest van het district bestond uit groepjes van Laren, Gooische, Schaerweijde, Kampong en SCHC.

KNHB-coaches overleggen tijdens de DOD. Links Alyson Annan, rechts Rick Mathijssen, Steijn Spreij, Robert Jan Vos, Jisse Waasdorp. Foto: Koen Suyk

Bij IJsseloever moest er altijd wat gesloopt worden in de kleedkamer

Niet alleen werd ik elke training voorbijgelopen, ook was mijn kapsel afwijkend. Terwijl tweederde van het team over een kapsel beschikte dat je kon karakteriseren als ‘gordijntjes’ of ‘bloempot’, was mijn kapsel nogal kort, door de maandelijkse knipbeurt van een kennis, die het bijna gratis elke keer kortwiekte.

Met IJsseloever hadden we in de D’tjes met 16-0 van Laren verloren. Tegen Schaerweijde werd het 10-0. Het waren hockeyclubs waar ik tegenop keek en waar de mores anders was. ‘Ga toch terug naar je rijtjeshuis’, riepen ze op Laren. De manager van het district was een vrolijke, wat flamboyante man die in een Porsche rondreed. De kunst was dan ook om bij hem in de auto te komen zitten, iets wat mij nooit was gelukt.

De opmerking van het rijtjeshuis hoorde ik van mijn moeder. De mores op IJsseloever was het tegenovergestelde. Daar moest en zou bij een uitwedstrijd altijd wat uit de kleedkamer gesloopt worden, en als souvenir mee naar IJsselstein. Er was altijd iemand die een schroevendraaier mee had genomen, om iets wat vast zat, los te draaien uit de kleedkamer van de club die wij bezochten. Ik schaamde me dood als die jongens dat deden. Tussen die twee vuren acteerde ik.

Coaches Bas Bruin en Bas Dirks (r) tijdens de DOD (DistrictsOntmoetingsDag) jeugdhockey. Foto: Koen Suyk

‘Waarom speel je zo weinig?’

Omdat iedereen bij de eigen club centraal op het veld stond, was het in het district altijd puzzelen hoe de posities werden verdeeld. Zestien midden-middens konden we niet gebruiken. Voor mij was er geen andere positie die ik tot mijn twaalfde kende, dan spits. Sinds ik een stick vast kon houden, was ik verslaafd aan de indian dribble. Bij het district vond de staf heel lang dat ik een voorstopper was. Een mandekker. Achteraf lachwekkend, maar er zal vast een reden zijn geweest om dat te denken. Als verdediger voelde ik me tandeloos en speelde ik alleen maar surrogaat balletjes naar de rechtsachter. Dat begon al bij de afslag. Dan kreeg ik de bal, en dan had ik van tevoren bedacht dat ik de bal maar naar rechts zou pushen. Lekker veilig.

Want standaard was ik bloednerveus voor elke wedstrijd. Dit was het district, een vertegenwoordigend team van de hockeybond. Hier moest je het laten zien. De eerste wedstrijd speelden we in Rosmalen, tegen Zuid-Nederland. Een paar minuten invallen, als voorstopper, om de bal twee keer naar de rechtsachter en een keer naar de linksachter te spelen. Daarna zat ik de rest van de wedstrijd op de bank. Ik vocht tegen de tranen, in de autorit bij mijn vader, terug naar IJsselstein. Na een kwartier doodse stilte, zei mijn vader wat boos: ‘Waarom speel je zo weinig?’ Ik wist het ook niet, en zweeg totdat mijn vader de auto de carport van ons huis opdraaide.

Dit was de proloog, richting het hoogtepunt van het jaar. De Districtsontmoetingsdag. De ‘DOD’. De spannendste dag van het jaar. De dag dat je tegen de andere vijf districten speelde, de dag waar de verhoudingen vaak hetzelfde waren. De wedstrijd tegen Noord-Nederland won je altijd dik. Het niveau van Oost-Nederland fluctueerde. Zuid-Holland en Zuid-Nederland waren geduchte tegenstanders.

Ouders en publiek langs de lijn tijdens de DOD (Districtontmoetingsdag) Hockey in Amstelveen. Foto: Koen Suyk

De paradox van de DOD

De DOD, dat was voor mij de hel op aarde. Een hockeyveld, omringd door bondscoaches en selecteurs, door kritische ogen en oren, die alles zagen en noteerden. Elke verkeerde aanname, elk doelpunt, zelfs elke intentie moesten ze ruiken. Het was een zenuwenspel, waarbij ik me als hockeyer wederom afvroeg of je met het district moest winnen of dat je jezelf in de spotlights moest hockeyen voor de oranje jassen langs de kant.

Dat is de paradox van de DOD: je speelde tegen andere districten, maar wat telde aan het einde van de dag was niet welk hockeydistrict het beste van Nederland was. Ik kan me in ieder geval niet herinneren dat het beste district gehuldigd werd. Als je met 5-0 verloor, werd dat genoteerd en voor altijd vergeten.

Het enige dat telde waren de namen die aan het einde van de dag door de speakers van het clubhuis schalden. Als jouw naam genoemd werd, mocht je dat felbegeerde oranje shirt aantrekken en hoorde je bij de beste spelers van Nederland. De uitverkorenen mochten glimmend van blijdschap formulieren invullen, terwijl het merendeel van de jeugd sip aftaaide met hun ouders. Het district was het tussenstation voor Nederlands B en Nederlands A. Een verplicht nummertje, dat je zo snel mogelijk moest doorlopen, voordat het echte werk begon.

Knap genoeg wist ik drie keer een DOD te halen en drie keer het Nederlands B te missen. Zelfs in mijn laatste jaar. Dat is bijzonder. Het was overigens terecht dat ik niet werd geselecteerd. Ik was veel te bleu en onzeker in dat team om aanspraak te maken op meer. Toen ik overstapte naar Kampong – mede omdat ik in het district zat en naar een ‘grote club’ moest gaan – trainde ik nog even mee met district A, maar toen ik geen wedstrijden mocht spelen, heb ik voor het eerst durven bedanken voor de eer van ‘Midden-Nederland’. De DOD en de districten zoals we het kenden zijn medio 2020 nu verleden tijd.

Zuid Nederland coaches Hans Vermeer (l) en Gaby van Hout tijdens de DOD (DistrictsOntmoetingsDag) jeugdhockey, met formulieren met namen van spelers. Rechts Eric vd Pol. Foto: Koen Suyk

Informeren naar je geboortejaar

Twee keer was ik daarna nog dichtbij een nationale selectie. Bij Kampong had ik mijn mojo weer gevonden. Ik stond weer in de spits en had het naar mijn zin, in een leuk team, met jongens uit Nieuwegein, Driebergen en dat soort dorpjes. Daar voelde ik me op mijn gemak. Waar ik bij het district dromerig en ongemakkelijk om me heen keek speelde ik bij Kampong met branie. Toen we een oefenwedstrijd tegen Nederlands A speelden, kwam mijn coach voor de wedstrijd zelfs informeren naar mijn geboortejaar. Dat had hij beter niet kunnen doen.

Natuurlijk begreep ik dat er toen opeens een kans was dat ik me in de kijker kon spelen van Nederlands A. Op een veldje in MOP in Vught raakte ik die wedstrijd geen pepernoot. Die linksachter van hdm was me de baas, terwijl ik iedereen probeerde te dollen om me te bewijzen, maar me continu vastliep. Want het Nederlands A, dat bleef in mijn gedachten toch het hoogst haalbare.

Een paar jaar later leek ik alsnog de hockeyhemel te bereiken, om er voor het bereiken van het eerste wolkje alweer uit te lazeren. Met Kampong Heren 1 speelden we een competitiewedstrijd tegen Bloemendaal, en ik speelde niet onaardig. Een paar dagen later kreeg ik te horen van onze assistent, dat de bondscoach van Jong Oranje toeschouwer was en graag had gezien dat ik die week meedeed met een oefenwedstrijd tegen Jong Australië. Hij dacht alleen dat ik jonger was dan 21. Dus ook dat feestje ging niet door. Te oud.

Hockey, Volvo Districtsontmoetingsdag 2013. Meisjes B Midden Nederland – Zuid Nederland. Foto: Willem Vernes

Afgezegd voor Jong Oranje

Toen ik bij Hurley ging hockeyen, belandde ik in een team met jongens, die me elke week weer verbaasden, in positieve zin. Een van de spitsen had net bedankt voor Jong Oranje, want hij had geen zin in al die extra trainingen. Volgens mij heb ik drie keer gecheckt, of dit verhaal echt klopte. Ik kon het niet geloven.

Een teamgenoot die later een vriend werd, zei iets over het district, dat mijn ogen opende. ‘Het district? Ja, daar hebben we ook een jaartje ingezeten. Maar de DOD was op Koninginnedag, en toen waren we eigenlijk veel te brak van koninginnenacht. We vonden er ook niets aan, dat district, dus we zijn er na een jaar weer mee gestopt.’

Lees ook andere hockeyverhalen


49 Reacties

  1. vostammer

    ‘Ga toch terug naar je rijtjeshuis’, riepen ze op Laren. Dat is weer eens wat anders dan schelden op gekleurde spelers. In een voetbalstadion hoorde ik wel eens “Rot op naar je kl*tevilla” als een overbetaalde speler een fout maakte. Kennelijk is de woonsituatie van iemand ook al een een voorwerp van spot.

    1. bcuckow

      Toen ik nog voetbalde zulke opmerkingen heb ik ook gehoord. Tegenstanders die gingen dreigen dan hun vader ging mijn vaders huis kopen als ik hem nog een keer voorbij ging....

  2. alsjemenou

    Eigenlijk moet een hele grote populatie veel leed ondergaan om die kleine groep die door mogen te bepalen. Begint al op de club, dan district, dan opleidingsteams, dan grote ned A en B selecties. Dromen aan gort. Hulde aan hen die tijdig aan de noodrem trekken. Er is ook zoveel meer plezier buiten deze selecties. KNHB zou meer moeten om spelers en ouders deze leed te besparen. De vraag is hoe?

  3. rhonig

    Fantastisch verhaal en heel goed voor je vorming als mens. Dit is het leven en leer je maar handhaven. En de kleedkamers op Laren en op Gooische werden in jaren 70 al verbouwd door jongens ‘van clubs uit de provincie’. Ik kan me nog herinneren dat een zeker team uit Driebergen de kleren van de tegenstander in de vuilnisbakken had gegooid nadat ze waren uitgescholden voor ‘boeren’.

    1. frans-j

      Heel goed voor je vorming als mens? Kostscholen zijn zeker ook goed voor je vorming als mens? Veel jongens naar het district zien gaan. Jongens werden er niet leuker op, werden minder teamspelers en keerden vaak na een seizoen geknapt weer terug.

  4. alsjemenou

    Suggestie: KNHB moeten veel meer zelf bij de clubs/in de competities scouten en daar de keuze doen. Geselecteerden doen dus geen massa selecties meer voor district/opleidingsteams, en hoppa de druk is weg bij spelers/ouders. En degenen die gekozen zijn hebben ook een andere druk, daar de groepen bonds geselecteerden ook kleiner moeten worden. Maw doe de selectie op "straat" ipv aan de deur. En durf te kiezen zodat je leed/stress weghaalt en veel plezier aan spelers/ouders geeft. Ook werken met een kleinere groep lijkt mij beter. Win-win lijkt mij.

    1. knap

      Helemaal eens. Maar ze hebben net alles veranderd. Het wordt nog stressvoller voor de kinderen. Daarnaast staat er vaak en nu ook weer een matige begeleiding op deze teams. Begeleiding die niet in staat is om bijvoorbeeld de druk weg te halen of aan te geven wat hockeyen in een team betekent. Vaak staat er bij middel grote en grotere verenigingen een betere staf.

  5. opleidenkey

    Heeft te maken met geld, de bond betaald deze trainers niet zo geweldig. De betere trainers kunnen dus meer verdienen bij een club.

  6. AvA

    Ik herken dit. Dit gaat exact zo door bij NedA en NedB.

    1. slechts-een-mening

      Lejeune, Bogaard, Gademan, Lomans, Duyf, Materek, De Vos en Sabel. Allemaal HK coach PK coach en/of eigen tophockey-achtergrond. Wat bazel je nou? KNHB probeert olv oa Joost van Geel de selectiedruk te verlagen door bijv later op sterkte in te delen. Zie de verandering die we paar jaar geleden met de D-jeugd doorgevoerd hebben. Als er al druk is, komt ‘ie eerder van ouders. Ik ben het trouwens wel eens dat er (te veel) extra druk op spelers komt te liggen zodra ze geselecteerd zijn. Lastig op te lossen.

    2. AvA

      Toch zijn er zeker ook veel kinderen die het in het “district” als ook in Ned A en B heel erg leuk hebben. Ik denk dat dat er ook mee te maken heeft of je boven of onderaan in de groep zit. Aandacht gaat naar bovenkant terwijl onderkant zich nog heel eeg zou kunnen ontwikkelen op jonge leeftijd maar daar is weinig aandacht voor ....

  7. jobe

    Dit is precies de reden waarom wij weg zakken hockey land. Bij de meisjes is er zo’n grote hoeveelheid aan talent. Als er eentje afvalt staan er honderd klaar. Daarom blijven we winnen. Bij de jongens is het omgekeerd. Gelukkig lopen alle jongens weg binnen het hockey dus zou vooral alles wat competitief is vies en ongeoorloofd blijven noemen.

  8. bouwman

    Als je bv de coaches van de landelijke A/B en super A/B competities de twee beste spelers laat aanwijzen en aan een centraal doorgeeft rolt er misschien ook een aardig beeld uit

    1. knap

      Helemaal geen slecht plan. Als iedere coach dat nou doet van zijn tegenstander. Kinderen die het meest uit worden gekozen, krijgen een kans. Kun je lekker stoppen met al die regio selectiegroepen.

    2. opleidenkey

      Dat gebeurt bij sommige top-toernooien. Dan wordt er strategisch gestemd, want de “eigen” speler moet wel “beter”’zijn. Onafhankelijke keuze moet gewaarborgd zijn, maar dat zal lastig blijven in deze amateuristische sport. Met name ex-internationals uit de 80-90-er jaren (toen de hockeysport veel kleiner was en er minder leden waren) zijn erg bezig met hun kinderen en netwerk. Kijk maar naar die ouders als coaches, blèrend langs de kant. De top is nog steeds een hele kleine wereld...

    3. knap

      Opleidenkey ik zou niet alle ex tophockeyers over 1 kam willen scheren. Maar er zitten er inderdaad een paar tussen die een club verwoesten, alleen maar om hun kind naar voren te schuiven.

    4. opleidenkey

      Koeienbijtenniet, eens, het zijn ze zeker niet allemaal. Maar een paar wel, en die pik je er zo uit...

  9. slechts-een-mening

    @niekhendriks Ik zal niet beweren dat het er niet is maar de selecties laten toch een redelijk “eerlijk” beeld zien. Denk dat het stukken beter is dan vroegah

  10. maaja

    De beste hockeyers halen uiteindelijk de hoofdklasse. Met of zonder de districtsteams. Dus het komt toch allemaal op z'n pootjes terecht.

    1. hockeyster

      Dat is niet helemaal waar! Lopen genoeg middelmatige hoofdklasse-speelsters rond, die via andere wegen in de teams gekomen zijn...

  11. maaja

    Vroeg of laat komt er een natuurlijke scheiding tussen goed genoeg en net niet...

  12. maaja

    Hoi Niek... Dat is helaas inherent aan topsport... Er zijn meer verliezers dan winnaars. Als je dat vergelijkt met voetbal dan is de hockeywereld nog erg lief voor elkaar. En door het verwerken van teleurstellingen creëer je ook mentale weerbaarheid. Niks mis mee

  13. izzyp

    Je kunt op jeugdige nog zo veel veel talent hebben, gaandeweg gaan er ook andere factoren mee spelen..voor de top is meer nodig dan talent en blèrende hoopvolle ouders

  14. rhonig

    Waarom is iedereen zo bang dat die kids onder druk komen door een beetje prestatiehockey? Helemaal niet verstandig om dat uit de weg te gaan. Je moet hen juist leren met druk om te gaan. Dan leer je vaardigheden die je in het latere leven van pas komen. Met druk omgaan went als je op een goede manier oefent jezelf in balans te houden.

  15. maaja

    Dat is wel heel erg jong. Dan ben je eerste jaars D. Ik begreep dat ze in Noorwegen pas vanaf hun veertiende mogen selecteren.

    1. izzyp

      Het is toch nu op geboortejaar.. dus U14 en U 15

  16. steven-dalhut

    sorry Hockeyster....maar denk je nu echt dat er op het hoogste niveau spelers acteren die 'via andere wegen' hier terecht zijn gekomen. Wat een onzin...de belangen zijn hiervoor veel te groot.

    1. AvA

      Helemaal eens met hockeyster. Het blijft amateursport met beperkte “grote” belangen.....

  17. maartjeklein

    Wat waren de districtstrainingen midden Nederland een hel. Ik zou het mn kinderen nu nooit meer laten ondergaan. Als ik ergens spijt v heb dan is het dat wel. Liefde voor het spelletje werd ze in elk geval niet bijgebracht. Er heerste een overspannen slechte sfeer gecombineerd met een totaal onveilige en beschadigende omgeving voor kinderen (D en later C leeftijd) Daarnaast een afschuwelijke oudergroep langs de kant met een staf die voor mij symbool is geworden voor een onverantwoord , niet professioneel en niet pedagogisch opleidingsbeleid. Gelukkig is de liefde voor de sport uiteindelijk wel gebleven. Ik ben niet tegen selectie maar onveilig hoeft het niet te zijn om het beste in talenten naar boven te halen.

    1. AvA

      Wat zit jij ernaast. Heel erg veel kinderen hebben het geweldig gehad bij deze man. Hij deed echt allesvoor zn meiden. Jij bent waarsch een v die ouders die het eigen kind geweldig vond terwijl de staf dat wat anders zag. Echt onbehoorlijk om dit zo te stellen. Je weet echt nietwaar je het over hebt

  18. jonathan

    Wat waren de district trainingen Midden Nederland fantastisch!! Gerold Houben, Bas Bruin , als ik aan ze denk is dat nog steeds met een warm gevoel. Geplukt uit een dorp op de Utrechtse Heuvelrug, verwelkomt op Kampong, waar het grote wel even wennen was. Na alle reacties hierboven toch even de foto's opgezocht van die tijd.was mijn kind ongelukkig?? Nee, gezien de vrolijke foto's en ook de herinneringen dacht het niet. Vrij vragen op school voor sommige trainingen, wat niet altijd vlotjes verliep. Stevige trainingen, meer techniek leren, met het team een dag paintballen voor de teambuilding , afsluiten bij een speler thuis met een BBQ. Tja en de vervelende momenten als er iemand afviel of ....je zelf gepasseerd werd voor een toernooi. Gelukkig thuis geleerd dat hockey leuk was, soms hard was maar niet het allerbelangrijkste in het leven. Ned.B met Sonja, Ned A, Ned elftal, het heeft mijn kind gevormd tot een sociaal mens, die nog goed contact heeft met "kinderen" uit die tijd . Die nog damenspeelt met enkele lotgenoten. En ouders??? Tja je hebt er die altijd zullen denken dat hun kind meer verdiend had of niet goed behandeld is. Zo lullig is het leven, zie alle reacties over racisme. Voor ons , het was leuk en gezellig, leuke mensen en minder leuke mensen ontmoet, net als vandaag de dag. Als je kind geselecteerd wordt, stel dan als ouder 1 vraag: lieverd hoe graag wil je dit zelf en laat het lopen zoals het gaat. Juich bij een overwinning en open je armen bij verlies.

    1. jobe

      Mooi tegen geluid tegen iedereen die roept dat presteren vies is. Met de juiste ouders erachter en een fijne begeleiding brengen de ups and downs jou verder in het leven. Dank voor dit bericht.

  19. maaja

    Wat een prachtige uiteenzetting Jonathan... Helemaal mee eens

  20. bouwman

    @opleidenkey als we iedereen gaan wantrouwen komen we idd nergens. Maar ik mag toch aannemen dat als clubcoaches twee spelers van de tegenstander aanwijzen ze dat "neutraal" doen....Ik ben niet zo bang voor handje klap gedrag als er 16 coaches per categorie hun oordeel geven.... Of je geeft 3 namen op: beste spits, middenvelder en verdediger per potje. (Keepers laat ik graag aan het "eigen gilde" over).

    1. opleidenkey

      Ik zou het hopen. Helaas sta ik erbij en maak het van dichtbij mee... En, vertrouwen is goed, controle is beter. Teveel belangenverstrengeling. Onafhankelijk selectie, zonder ouders die sponsoren, ouders buitensluiten, meer professioneel worden, controle toelaten en transparant maken.

    2. marty

      Mijn ervaring is dat je aan het einde van de wedstrijd denkt och ja de beste speler en je dan het eerste beste rugnummer kiest. Je bent nou eenmaal nauwelijks met de tegenstander bezig maar met je eigen team.

  21. loper

    Wij herkennen dit verhaal niet zo bij ons kind en het kind ook niet dat alle fasen heeft doorlopen tot Oranje. Waren wij blind of wilden we niets zien of horen ?In ieder geval hadden wij ons kind maar ook ons zelf voorbereid op om te gaan met de teleurstellingen die kunnen ontstaan bij selectie. En dat scheelt enorm. Hulde overigens nog aan alle ouders die vaak kris kras door Nederland reden om kind naar door de weekse training of wedstrijd te brengen!

  22. solo

    Sander, al weer een goed verhaal👍 En je ziet het maakt veel los....

  23. hockeyvader

    Een oud DOD-deelnemer spreekt zich uit en krijgt bijval - en terecht. Eén ouder spreekt zich ook oprecht uit en wordt gelijk neergesabeld, typerend voor het kleingeestige, assimileren-of-opzouten ouderwereldje van het pseudo-tophockey... 'Wereldtop' in een zeer kleine amateursport, wat een zielig hoopje 'deksel-op-de-doofpot-anders...' en nog meer geblaat. Tja, de kinderbescherming moet natuurlijk ver weg blijven. Sander, dank je voor weer een mooi stuk!

  24. maaja

    Ruud van Nistelrooij en Patrick Kluivert zijn beide geboren op 1 juli 1976....op de dag dat Kluivert de winnende scoorde in de champions league finale tegen ac Milan verloor Van Nistelrooij met fc De Bosch a1 met dubbele cijfers vd a2 van Ajax.... Uiteindelijk zijn het allebei wereldspitsen geworden die een totaal andere weg naar de top hebben bewandeld.

  25. maaja

    Objectief of niet.... Toppers komen uiteindelijk altijd bovendrijven.. Van Nistelrooij was toen ook nog niemand in de top opgevallen

  26. rustaaagh

    In de districtsteams zijnspelers waarvan men denkt dat ze de nationale teams halen en opvulsel. Daarnaast speelt helaas ook veel te vaak mee dat eigen talent beter wordt herkend.


Wat vind jij? Praat mee...