Hockeyverhalen: elke hockeyer heeft een bijnaam  

In ‘Hockeyverhalen’ anekdotes van redacteur Sander Collewijn, die o.a. bij Hurley Hoofdklasse speelde. Deze week over bijnamen in het hockey.

‘Hoe gaat het met Alexander?’ was de vraag, toen het over ons oude Hurley-team ging. Ik heb best een tijd bij Hurley gehockeyd, maar nog nooit met een Alexander. Mijn hersenen kraakten, ik liet vijf minuten lang alle teamgenoten ooit de revue passeren, toen de gesprekpartner zei: ‘Alexander Ket heet hij toch?’

‘Ketje?! Oh, Ketje. Ja tuurlijk. Ketje!!! Ketjuuuuuuuhhhhhh!!!!’

Hetzelfde met Joost. ‘Komt Joost binnenkort nog een keer eten?’ vroeg mijn vriendin laatst. ‘Joost? Oh. Jopie…Jopieeeeeee!!’

Joost staat sinds ik hem ken als Jopie in mijn telefoon. Alexander als Ketje. De helft van je teamgenoten van hockey ken je als het goed is niet bij hun echte naam. Een verkleining, een verkorting of alleen een achternaam geeft aan dat er een verborgen band is tussen elkaar. Teamgenoten spreek je niet met hun echte naam aan. Dat doen alle anderen, de mensen die niet hockeyen.

‘Ketje’ en ‘Kees’ (Alexander Ket en Klaas Hoyng), spelend voor Hurley.

‘JW’ of ‘PP’ voor dubbele namen

Bijnamen in het hockey zijn een mix van koosnaampjes, verkortingen en verbasteringen. Jan-Willem, een ouderwetse hockeynaam, is in een hockeyteam al snel ‘JW’. Peter-Paul wordt ‘PP’. Als ik een mix van mijn oude teams als voorbeeld neem, ziet het geheel van bij- of roepnamen er zo uit.

  • Struijkie, Baakie, Zoef, Fleurtje, Prop, Japie, Georgie, Ellie, Boogie, Otsjie, Maupie, Jerry, Beest, Becht, Ketje, Rickie, Kees, Sulkie, Pietje, Jopie, Lange, Bentje, Tonnie, Sjakkie.

De echte voornamen:

  • Michiel, Peter, Wouter, Reinier, Paul-Robert, Jaap, George, Elroy, Bas, Olivier, Maurice, Mark-Jan, Bas, Marc, Alexander, Rick, Klaas, Erwin, Pieter-Jan, Joost, Reinier, Rogier, Anton, Erik.

Vreemde eend in de bijt in deze namenreeks is Sjakkie. Toen Erik bij Hurley arriveerde, hockeyde Rick er al jaren. Daarom moest de nieuwkomer een andere naam krijgen. Omdat Erik als enige speler bij ons met Gryphon hockeyde, dat werd geïmporteerd door oud-international Jacques Brinkman, hebben we Erik Jacques genoemd. Jacques verbasterden we weer tot Sjakkie. Er zit verder geen logica achter.

Als iemand me nu zou vragen hoe het met mijn oude teamgenoot Erik van Hurley gaat, zou ik zeggen dat ik nog nooit met een Erik heb gehockeyd. Als ze vragen hoe het met Sjakkie gaat, heb ik een antwoord paraat.

Bijnamen ontstaan uit het niets, in de grote mysterieuze bijnamen-tombola. Bijnaam op het hockeyveld is vaak [voornaam] of [achternaam] + -ie. Of verbastering [voornaam] of [achternaam] + -ie. Die -ie als klank aan het einde geeft het geheel iets amicaals, een verbond binnen het hockeyteam. Dit is al jaren gemeengoed in het hockey. Tophockeyers Vali en Kempi (Valentin Verga en Robbert Kemperman) zijn bekende voorbeelden. Ook Bami en Takkie zijn ludieke bijnamen voor Naomi van As en Eva de Goede (hoofdfoto).

‘Vali’ en ‘Kempi’ (Valentin Verga en Robbert Kemperman) voor de Rabo Super Serie-wedstrijd Nederland – Ierland (7-1) in 2018. Rechts Jeroen Hertzberger. Foto: Koen Suyk

Er worden vaak verschillende bijnamen op je uitgeprobeerd

Mijn bijnaam, of misschien toch koosnaampje, was altijd Sannie. Op het hockeyveld was ik Sannie. ‘Sannie links’, ‘Sannie diep’, ‘Sannie balbezit’, ‘Sannie rendement’, ‘Sannie open, open!’, ‘Sannie, passen!!!’, ‘Lekker, Sannie!’. Ik weet niet anders. Soms was het wennen dat ik in het echte leven minder vaak Sannie wordt genoemd.

Iedereen heeft zijn hockeynaam, waar hij blij van wordt. De kunst van een goede bijnaam is dat iedereen hem omarmt en dat-ie treffend is, zodat iemand altijd gelieerd wordt aan die ene bijnaam. Natuurlijk waren er verwoede pogingen om mij anders te noemen, zoals dat bij iedereen gebeurt. Zo noemde coach Gerold mij steevast Collewietsj, een verbastering van mijn achternaam. Maar hij was de enige.

Onze keeper Michiel van der Struijk noemde me vaak Gonzo, omdat hij vond dat ik op dat figuur van de Muppet Show leek. Die bijnaam vond gelukkig geen wortels om te groeien. Zelf werd Van der Struijk af en toe Lama genoemd. Wellicht omdat hij er qua uiterlijk en gedrag enigszins op leek – lief als je niks doet en agressief als je van te dichtbij op hem schoot. Maar de bijnaam Lama is net als veel bijnamen van spelers een soort mythe geworden, waarvan het ontstaan vergeven is met mysteries.

‘Struijkie’. Michiel van der Struijk hier als coach van SCHC. Van der Struijk werd ook wel ‘Lama’ genoemd. Foto: Willem Vernes

Koosnaampjes die verkeerde snaar raken

Twee keer heb ik het genoegen gehad om op zo’n vleiende manier te worden genoemd, dat ik er een beetje rood van werd op de wangen. Maar zelfs een hele positieve bijnaam kan tegen je werken. In de Italiaanse competitie werd ik door onze manager gewezen op een wedstrijdverslag van hockeyclub Mogliano. Zoals eerder vermeld, de Italiaanse Serie B is bij uitstek de plek om je Johan Cruijff te voelen, en die droom werd werkelijkheid. Dat hockeyteam uit Umbrië omschreef deze dribbelzieke Nederlander in Rome als Lo Stratosferico. Vrije vertaling: ‘De Buitenaardse’. Gelukkig weten we dat Italianen van overdrijven houden.

Sindsdien was het bij elke aankomst op de training in Rome: ‘Hey, daar heb je Stratosferico. Stratosfericoooooo!!!!’. Dat is één week leuk. Echt heel leuk. Buitenaards zelfs. Maar week in week uit niet. Omdat die naam nergens op slaat.

Een ander gênante naam was Sandje, onder Hurley-coach Wouter. Ik was een paar weken in vorm, en toen begon de coach me in teambesprekingen Sandje te noemen, als ultiem koosnaampje. Het klonk bijna verliefd. ‘En dan maakt Sandje die verdediger helemaal gek.’ Ook dat vond ik overdreven. Ik vond het ook niet mooi klinken. Toen onze coach eenmaal begon, gingen mijn teamgenoten mij ermee plagen. Op semi-slijmerige toon, met de intonatie van de coach, zeiden ze na de training ‘Sandje…Sandjeeee…’

Maartje ‘Boem Boem’ Paumen. In de poulewedstrijd Nederland-Korea, tijdens de Olympische Spelen in Rio. Foto: Koen Suyk

Maartje ‘Boem Boem’ Paumen

Naast de liefdevolle, korte bijnamen die teamgenoten je geven, zijn er de echte bijnamen die door de media of de buitenwereld zijn gecreëerd voor wereldtoppers. Zo werd de Pakistaan Shahbaz Ahmed The man with the electric heels genoemd. De Argentijnse dribbelaar Luciana Aymar is De Maradona van het hockey.

Floris-Jan Bovelander was kortweg Flop of Floppie. Maartje Paumen werd toch vaak Maartje Boem Boem Paumen, door haar kanonskogels van strafcorners. Van de huidige internationals mag alleen Robbert Kemperman zeggen dat iedereen snapt wat er bedoeld wordt met Mister Backhand.

Seve van Ass met Chinglensana Singh en Varun Kumar tijdens de kwartfinale tussen India en Nederland (1-2) bij het WK 2018. Foto: Koen Suyk

Toch hebben relatief weinig tophockeyers een goede bijnaam, als je het vergelijkt met andere sporten. Andere voorbeelden zijn De Generaal (voetbalcoach Rinus Michels), De Haai van Messina (wielrenner Vincenzo Nibali), De Stier van de Bosporus (voetballer Hakan Sükür), De Kannibaal (wielrenner Eddy Merckx) en De Vlo (voetballer Jesper Olsen. Het is moeilijk om van sporters uit deze tijd een goede bijnaam te vinden.

Alleen al vanuit marketingperspectief zou elke hockey-international een treffende bijnaam moeten hebben. Maar bijnamen ontstaan en zijn moeilijk af te dwingen. Je moet ze blijkbaar verdienen. Techneut Seve van Ass zou als De Wizard van Wassenaar door het hockeyleven kunnen gaan, maar dan moet iedereen dat wel een leuke en treffende bijnaam vinden.

‘De Kookaburras’. Het team van Australië na de finale Australië-België (3-2) , bij de Pro League Grand Final in 2019. Foto: Koen Suyk

Oranje Hockeyleeuwinnen is misschien wat te lang?

Hetzelfde geldt voor teamnamen. De Australische mannen heten Kookaburras, de vrouwen Hockeyroos. De Belgische mannen Red Lions, de vrouwen Red Panthers. HGC-spelers zijn Gazellen. Bij KZ hockeyen de Steenbokken. Bij Pinoké zijn het Steekneuzen. Dat soort namen zijn heerlijk. Die kun je als scribent er altijd goed tussen gooien, in een wedstrijdverslag.

De beste hockeyers van Nederland heten Oranje Heren. De vrouwen Oranje Dames. Dat klinkt toch een beetje belegen. Oranje Leeuwen en Oranje Leeuwinnen zijn geclaimd door het Nederlandse voetbal. Oranje Hockeyleeuwen en Oranje Hockeyleeuwinnen is wat lang. Misschien dat er een ander dier te vinden is, waar de vaderlandse hockeysterren zich graag mee identificeren? Wat is er mis met poema’s, luipaarden of tijgers? Zijn dat geen snelle, agressieve beesten? Oranje Orca’s? Adelaars? Cobra’s?

Maar al dit gezever over bijnamen, koosnaampjes, roepnamen en angstaanjagende diersoorten, mag nooit verhullen dat er niets enger is, dan dat je hele voor- en achternaam over het hockeyveld galmt.

De Pakistaanse strafcornerschutter Sohail Abbas tijdens Voordaan-Rotterdam. Abbas had de bijnaam ‘Penalty King’, met 348 goals in 350 interlands. Rechts Sander Collewijn, de auteur van dit stuk. Foto: Frank Rozendaal

In nachtmerries hoor je je volledige voor- en achternaam

Toen Michiel van der Struijk – oud-international en een geweldige keeper – bij ons op Hurley in de goal stond, was hij de natuurlijke leider. Als ik als rechtsbuiten rond de middenlijn onterecht het duel aanging met drie verdedigers en al pielend de bal verloor, waarna er een megacounter volgde, was het de Lama die het hele veld over schreeuwde, naar de jongen die hij Gonzo noemde. Alleen was er van bijnamen nu geen sprake.

‘SAN-DER COL-LE-WIJN, [insert vloek] (*T$*HWEFGWE*)FWEFG{)JFW), je moet daar gewoon balbezit houden. [insert vloek] geen duels daar aangaan!!!’

In de mooiste hockeydromen werd ik Sannie genoemd. In nachtmerries hoorde ik mijn volledige voor- en achternaam.

Lees ook andere hockeyverhalen


4 Reacties

  1. john-van-loen

    Lama +2

  2. klaassen

    Leuk stuk weer !

  3. solo

    Zo herkenbaar, heerlijk artikel weer.

  4. els

    Leuk artikel Sander 😃


Wat vind jij? Praat mee...