Onderzoek: ‘Acceptatie homoseksualiteit binnen mannentophockey onvoldoende’

Het Mulier Instituut heeft dit jaar voor het eerst een onderzoek gedaan naar homo-acceptatie in het tophockey bij de mannen. Bijna de helft van de respondenten geeft aan dat het binnen het eigen team negatieve opmerkingen of grappen over homoseksualiteit worden gemaakt. De vragenlijst is door 130 spelers uit de Hoofdklasse, Promotieklasse of Overgangsklasse ingevuld.

‘Hockeyers vinden zichzelf heel tolerant. Net als voetballers. Er is het beeld dat hockey inclusiever is dan voetbal, ook omdat hockeyers vaker hoger opgeleid zijn. Maar op het veld is de acceptatie van homoseksualiteit vergelijkbaar met voetbal. Onvoldoende dus’, concludeert onderzoekster Agnes Elling van het Mulier Instituut.

‘Niemand kent een homoseksuele tophockeyer. Net zoals er geen homoseksuele topvoetballers zijn. Ik ga ervan uit dat ze er wel zijn. Dat kan niet missen. Ze zitten in die groep. Maar helaas is het gebruik van het woord homo ook in het hockey nooit een compliment.’

Thijs de Greeff en Pepijn Keppel gaven openhartige interviews

Homoseksualiteit is in het vrouwenhockey, zowel top- als breedtehockey, al decennia geaccepteerd. In het mannenhockey is dit eerder een taboe. Daarom heeft het Mulier Instituut, in opdracht van de Alliantie Gelijkspelen 4.0* en met medewerking van de KNHB, onderzoek verricht naar de homo-acceptatie in het mannenhockey. Zover bekend is er geen enkele homoseksuele tophockeyer, ook niet internationaal.

Oud-international Thijs de Greeff (38) kwam na zijn carrière uit voor zijn homoseksualiteit en zet zich ook actief in voor dit onderwerp. Pepijn Keppel (24), voormalig aanvoerder van Nederlands B, sprak hier dit jaar over in een openhartig interview in de serie ‘Verdwenen Hockeyers’ van hockey.nl.

Pepijn Keppel, voormalig aanvoerder Nederlands B.

Het onderwerp resoneert met het onderwerp racisme in het hockey

Homoseksualiteit lijkt in het breedtehockey meer geaccepteerd dan in het tophockey. Twee van de drie tophockeyers kennen een of meerdere homomannen binnen de eigen hockeyvereniging.

Het onderwerp homoseksualiteit binnen het mannentophockey resoneert met het onderwerp ‘Racisme in het hockey’, waar international Terrance Pieters zich dit jaar naar aanleiding van de rellen in Amerika uitgebreid over uitsprak in de Volkskrant. Hij noemde dat een ‘coming-out’. Hij werd al lang op verschillende manieren gediscrimineerd, maar hield zich tot dit jaar stil. Ook hockeycoach Siegfried Aikman sprak zich hierover uit op hockey.nl.

KNHB-directeur Erik Gerritsen gaf toe dat hij negatief verrast was door de verhalen van Pieters en Aikman. De serie op hockey.nl over racisme in het hockey riep veel reacties op, zowel positief als negatief. Maar hij gaf destijds zelf aan liever in verlegenheid te worden gebracht dan er niet van te weten.

De regenboog vlag op hdm, in 2019. Foto: Willem Vernes

‘Homo’ of ‘mietje’ zijn de scheldwoorden soms op de hockeyvelden

Net zoals racisme wordt homofoob gedrag verpakt in grapjes op het hockeyveld. Grapjes die leuk lijken, maar stiekem pijn doen. Bijna de helft van de mannelijke tophockeyers die de vragenlijst heeft ingevuld, geeft aan dat ‘homo’ of ‘mietje’ een scheldwoord is voor mannelijke sporters die minder goed presteren.

40 procent van de tophockeyers geeft een onvoldoende aan de acceptatie van homo- of biseksualiteit: ‘Het niet accepteren van de homo- en biseksualiteit leggen de spelers vooral bij anderen’, is in het rapport te lezen. De machocultuur in het mannenhockey en de heterocultuur binnen de hockeyvereniging worden gezien als de boosdoeners van deze matige acceptatie van LHBT-hockeyers.

Teamfoto Nederlands team na de tweede Olympische kwalificatiewedstrijd hockey mannen , Nederland-Pakistan (6-1). Oranje plaatst zich voor de Olympische Spelen 2020. Er is nog geen Nederlandse tophockeyer geweest die tijdens zijn loopbaan een coming-out beleefde. Foto: Koen Suyk

KNHB niet verrast door de resultaten

Oud-international Arno den Hartog (65), manager dienstverlening bij de KNHB, is blij dat er voor het eerst een onderzoek naar homo-acceptatie in het hockey is uitgevoerd. Hij denkt dat die ontwikkeling er voor kan zorgen dat er meer acceptatie komt. Hij is niet verrast door de resultaten.

‘Het is hoe het nu is. We zien overigens wel dat dit beeld steeds meer kantelt. Mijn gevoel zegt dat wij als hockeywereld wel open en transparant willen zijn’, reageert Den Hartog. ‘Maar we zijn het dus nog niet voldoende en ik hoop dat dit onderzoek bijdraagt dat mensen zich realiseren dat als ze iets roepen als geintje, dat het andere mensen kan kwetsen. Dit onderzoek is een goed hulpmiddel om het onderwerp meer bespreekbaar te maken. Net zoals we ons als KNHB ook richten op de bestrijding van racisme, pesten of ander gedrag dat we niet kunnen tolereren.’

Dat homoseksualiteit nog steeds een taboe is binnen het mannenhockey, bestrijdt Den Hartog. ‘Voor veel mensen is het denk ik helemaal niet taboe. Ik denk dat veel mensen binnen het hockey hier heel goed mee omgaan, als spelers ervoor uitkomen. Maar hoe helpen we spelers en speelsters op zo’n manier dat ze er ook daadwerkelijk de keuze maken uit te komen voor hun geaardheid? Aan dat vraagstuk werken we. We doen bijvoorbeeld niet voor niets mee aan de actie met de regenboog-aanvoerdersband. Wij waren ook heel blij met de rol van Thijs de Greeff, die bijvoorbeeld tijdens de Champions Trophy in 2018 zijn ervaringen deelde, in sessie met hockeyclubs. Dat soort dingen zijn heel waardevol.’

Arno den Hartog (KNHB) feliciteert Maartje Paumen met haar 200ste interland na de wedstrijd tussen de vrouwen van Nederland en Japan, tijdens de poulewedstrijd in de Hockey World League. Foto: Koen Suyk

Inclusiviteit wordt een speerpunt van de KNHB

Het onderzoek van het Mulier Instituut doet meerdere aanbevelingen. Er is ‘kwalitatief vervolgonderzoek’ nodig om inzicht te geven in de ‘precieze pijnpunten van LHBT-acceptatie in de hockeysport’. Ook wordt in het onderzoek gerept over het instellen van een commissie, die homoacceptatie agendeert en maatregelen onderzoekt als er sprake is van negatief gedrag naar homo’s in het hockey.

Den Hartog: ‘Als dat de aanbevelingen zijn, dan moeten we daar maar eens goed over van gedachten wisselen. De KNHB blijft, samen met de Alliantie 4.0 en de John Blankestein Foundation actief met dit onderwerp bezig. We moeten ons blijven inspannen om te zorgen voor een veilige sportomgeving, waar iedereen zich thuis voelt. Ongeacht religie, huidskleur of geaardheid. De KNHB vindt inclusiviteit belangrijk en maakt van dit onderwerp ook komend jaar een speerpunt.’

* De Alliantie Gelijkspelen (AG4.0) is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties om acceptatie van LHBTI+ personen in de sport te bevorderen. Naast de John Blankenstein Foundation zijn voetbalbond KNVB, hockeybond KNHB, sportkoepel NOC*NSF en Stichting Roze Voetbal Fanclubs (RVFC) de andere partners in de Alliantie Gelijkspelen.De alliantie komt voort uit de emancipatienota ‘Gewoon homo zijn’ (2008-2011) en wordt ondersteund door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Uit het archief: de serie van hockey.nl uit 2017 over hockeyhomo’s 


11 Reacties

  1. jonathan

    Vreemd dat de vorige reactie is weggehaald? Deze persoon was van mening dat alle aandacht die aan een "probleem" of misschien " mening" alleen maar de kwestie groter maakt?? Dus er geen aandacht aan besteden ,het dus onder het vloerkleed blijven bezemen, leeft nog steeds. Het openlijk praten zo als Thijs en anderen doen is moedig, heel moedig. Het moet een ieder van ons toch te denken geven dat we zo 10 tot 20 vrouwelijke tophockers op kunnen noemen en dat dat bij de mannen een moeilijke zaak blijkt?? Ik hoop dat dit artikel door velen op de juiste wijze gewaardeerd wordt. Openheid en acceptatie ligt nog heel ver weg

    1. arnoldS

      Het is en blijft balanceren op een dunne lijn. Ik bedoelde mijn opmerking niet verkeerd, maar goed. Er moet juist open over gesproken kunnen worden. Echter de lijn bevindt zich, dat je er over moet spreken. En dat dat automatisch de andere kant van de medaille meeneemt. Waarom een “homo”, een “homo” noemen. Diegene is toch net zo normaal als een ander. Daar schrijf je toch ook geen hetero. Het is niet relevant wat diens geaardheid, religie, huidskleur is. Zelfde geldt voor de vooroordelen die men heeft. Laat het achterwegen.

  2. stekel

    Laten we tevens hopen dat bestuurders zoals in dit artikel vermeld en de anderen, meer feeling en inzicht gaan krijgen met wat er werkelijk speelt buiten het pluche van de KNHB en Sponsor events.

    1. slechts-een-mening

      Welk één geweldig constructieve bijdrage. Als vanouds @Stekel

  3. slechts-een-mening

    @arnoldS In een perfecte wereld heb je gelijk. Helaas is de wereld verre van perfect. Op 200+ HK mannen moeten haast wel 10-20 homo’s rondlopen. Dat zij zich niet vrij voelen daar openlijk voor uit te komen zegt misschien niet alles maar wel iets over hoe veilig zij zich voelen dat te doen in het huidige tophockey-klimaat. Of dat met de hockeywereld heeft te maken of mannen team-topsport in het algemeen is onzeker. Ik durf er veel geld om te verwedden dat in meerdere teams teamgenoten van homo’s het wel gewoon weten. ‘T is misschien meer verbergen van vermeende kwetsbaarheid naar tegenstanders en buitenwereld. Het zou zo goed zijn als er een paar uit de kast kwamen. Maar dat roepen we helaas al jaren.

  4. albert-monpelliergmail-com

    Objectiviteit is soms hier ver te zoeken. Als sommige mensen op dit platform reageren wordt steeds hun mening teniet gedaan. Eenzijdige marketing door het bewust verwijderen is niet ok!

  5. Jolly

    "Iedereen is gelijk, maar niet hetzelfde". Voor mij spreekt het voor zich dat iedereen gelijk is. Dit wil echter niet zeggen dat iedereen hetzelfde is. Juist door de verschillen te durven benoemen kan iedereen zich vrij voelen te zijn wie hij/zij is. Uiteraard moet er een sfeer zijn dat iedereen kan uitkomen voor wie hij is. Ik ben het niet eens met de stelling van @slechts-een-mening dat op 200 HK spelers er 10-20 homo's zouden moeten zijn. Het is algemeen bekend dat topsporters bepaalde karaktereigenschappen moeten hebben om te kunnen slagen als topsporter. En dan doet het er niet toe in welke sport. Het is dan ook niet gek dat er "haantjesgedrag" is. Je kan je ook afvragen waarom homo's oververtegenwoordigd zijn in kledingontwerpers in plaats van bij elitesporters. Ik hoop dan ook dat hockeyclubs zich openstellen voor iedereen met welke geaardheid dan ook, maar laten wij topsport niet gelijk stellen aan de maatschappij als geheel.

    1. slechts-een-mening

      Haha...wow! Homo’s zijn geen topsporters maar wel mode-ontwerpers. Verder geen vooroordeel of zo. 5, 10 of 20 in de HK: maakt niks uit. Punt blijft dat spelers zich blijkbaar niet vrij voelen om openlijk zichzelf te zijn. Dat voelt niet goed.

  6. Jolly

    Dat iemand zich niet vrij voelt zichzelf te zijn is nooit goed. Ik zeg niet dat homo's geen topsporters kunnen zijn. Ook zeg ik niet dat je homo moet zijn om modeontwerper te zijn. Wel is het zo dat om topsporter te zijn je bepaalde karaktereigenschappen moet hebben (sociaal gezien niet altijd de meest prettige overigens) en de vraag is of deze karaktereigenschappen juist bij homo's minder voorkomen, waardoor ik de homo's in mijn vriendenkring juist ervaar als vriendelijke en zorgzame personen.

  7. jonathan

    Sociaal gezien, niet altijd de meest prettige???? @Holly, deze typering slaat toch op de gehele maatschappij, of heb jij alleen maar hele leuke sociale vrienden, buren, collega's, familie??? Als ouder van een groot gezin waar ze allemaal gehockeyd hebben, en er twee tussen zitten die op hoog niveau hun sport hebben beoefend, zie ik nu ze volwassen zijn leuke sociale mensen met een groot sociaal gevoel. Team sport heeft ze daar goed bij geholpen. Zoals Teun de Nooijer altijd zei voor een wedstrijd: speel met plezier en voor elkaar. Natuurlijk lopen er egootjes bij maar dat heeft niets met topsport te maken. Soms zijn dat ouders die denken dat ze met een talentvol kind zelf 10 treden kunnen stijgen op de " watbeniktochgoedladder" Of wordt een jonge speler door de media te vroeg bestempeld als de volgende Teun de Nooijer, Jeroen Delmee en ga maar door. Bij topsport wat bestaat uit winnen en verliezen ontstaan fantastische vriendschappen omdat je gezamenlijk ervaart wat je op geeft voor je sport en wat diezelfde sport je brengt. En zelfs in deze hechte cultuur van de topsport is het moeilijk om openlijk uit de kast te komen.

  8. Teun-van-de-Veen

    Coole foto’s 🏑


Wat vind jij? Praat mee...