Rein de Waal vooroorlogs boegbeeld van Oranje

Rein de Waal was de meest gezichtsbepalende international van voor de Tweede Wereldoorlog, een hockeyer ook met invloed. De speler van Amsterdam was fervent voorstander van de herinvoering van de Engelse regels, waardoor Nederland deel kon nemen aan de Olympische Spelen van 1928.

Na de oorlog werd de voormalige aanvoerder bondscoach van de Oranje Heren. Na het zilveren olympische succes in 1952 volgde de grootste deceptie uit zijn loopbaan: de boycot van de Spelen van 1956.

Sterfdag

Morgen is het 35 jaar geleden dat de zestigvoudig international, Ridder in de Orde van Oranje Nassau en Lid van Verdienste van de KNHB op 80-jarige leeftijd overleed.

De Waal heeft ‘ontzaglijk veel bijgedragen tot het mooie succes van de Nederlandse hockeyers en de bijzondere reputatie de Oranje-ploeg in geheel Europa verworven heeft’, schreef Sport in Beeld in 1940 vlak nadat De Waal een punt had gezet achter zijn loopbaan als international.

Rein de Waal, staand links, met de teammascotte in de hand tijdens de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam.

Als speler

‘De Waal is de grote tacticus en de technisch doorgewinterde full back. Zijn slag is soepel door het geacheveerde polswerk, en zijn opstellen is zo geraffineerd dat hij altijd net toevallig daar staat waar de bal komt. (…) ook als aanvoerder mist hij zijn gelijke. Hij is een kenner van ’t spel als nauwelijks een tweede, er gaat van zijn spel en van zijn leiding van de ploeg een geduchte kracht uit.’

De Waal groeide in die tijd uit tot een landelijke bekendheid. In 1928 bleek uit een enquête dat hij bij de top tien meest geziene sportfiguren van Nederland behoorde en in 1951 werd hij uitgeroepen tot de bekendste hockeyer van het land.

Bekendheid

De roem van De Waal in Nederland werd het best geïllustreerd door De Telegraaf. Het dagblad publiceerde op 13 oktober 1939 een foto van De Waal en zijn vrouw Caroline uit de auto stappend op weg naar de kerkelijke inzegening van hun huwelijk. Tegenwoordig zouden de beelden van de bruiloft van een bekende sporter zeker RTL Boulevard hebben gehaald. In die dagen was zulke aandacht een zeldzaamheid in de media.

Reindert Berend Jan ‘Rein’ de Waal kwam op 24 november 1904 in Amsterdam ter wereld. Hij voetbalde bij AFC, maar koos voor de hockeysport na enthousiaste verhalen van een kennis, die in Engeland de sport had gezien. De Waal ging spelen voor Amsterdam. Daarnaast was hij ook actief als cricketer. Bij het Amsterdamse VRA schopte De Waal het ook tot aanvoerder en werd hij in 1937 landkampioen.

Successen

De meeste successen boekte De Waal toch op het hockeyveld. In de jaren twintig en dertig veroverde de rechtsachter met zijn club Amsterdam negen landstitels, een record dat door Teun de Nooijer in 2010 werd geëvenaard. Bij vier van die titels vervulde De Waal ook de rol van coach.

Rein de Waal als bondscoach van de Oranje Heren. Foto: Hockey Sport

Nationaal behoorde De Waal tot de top, maar op een internationaal podium kon hij zich niet meten met anderen. In Nederland golden namelijk andere spelregels dan in de rest van de wereld. Op de Nederlandse velden werd gespeeld met de zogenoemde sinaasappelbal , omdat spelen met de kleinere harde bal te gevaarlijk werd geacht. Bovendien was er geen slagcirkel en had de stick twee platte kanten.

Strijd om regels

Door een verschil in reglementen waren wedstrijden tegen andere landen onmogelijk. De Nederlandse hockeysport bevond zich zodoende in een isolement, maar met de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 in aantocht werd de roep steeds luider om over te stappen naar de Engelse, internationale, regels.

Zo’n overstap was gemakkelijker gezegd dan gedaan. De voor- en tegenstanders van stonden jarenlang lijnrecht tegenover elkaar. De Waal was een voorvechter van de internationale regels en zorgde ervoor dat die stroming uiteindelijk als winnaar uit de strijd kwam. Vanaf het seizoen 1926-1927 golden er ook in ons land de internationale hockeyregels.

In Oranje

De Waal werd daarna snel geselecteerd voor Oranje. Op 6 november 1927 debuteerde hij in het duel tegen Duitsland (0-3). De Waal groeide als rechtsachter uit tot een vaste waarde in het Nederlands team. Na drie interlands werd hij al verkozen tot aanvoerder. In 1938 scoorde de verdediger tegen de Duitsers uit een strafbully zijn enige interlanddoelpunt.

Rein de Waal leidt de Oranje Heren het Olympisch Stadion van Amsterdam binnen. Foto: Nico Leeftink

Toen De Waal op 5 mei 1940, tien dagen voordat Duitsland ons land binnen zou vallen, zijn zestigste en laatste interland in en tegen België (3-4) speelde, werd hij daarmee houder van het wereldrecord. Geen enkele hockeyer was vaker voor het nationale team uitgekomen dan De Waal. Van alle interlands die de Oranje Heren tot dan toe hadden gespeeld, had hij er slechts tien gemist.

Olympische Spelen

‘Het begon niet alleen met Duitsers, het eindigde er dus eigenlijk ook mee’, vatte De Waal in 1954 in De Telegraaf kort en simpel zijn interlandcarrière samen, waarin zonder meer de Olympische Spelen in 1928 en 1936 de absolute hoogtepunten waren.

In 1928, het eerste internationale toernooi voor de Oranje Heren, bereikte Nederland tot verrassing de finale door in de poulefase het sterker geachte Duitsland achter zich te laten. In de strijd om de gouden medaille was Brits-Indië met 3-0 te sterk. Na afloop van het duel namen de Indiërs De Waal op de schouders.

Vlaggendrager

Vier jaar later ontbrak Oranje op de Spelen in Los Angeles vanwege onvoldoende financiën, maar in 1936 was het Nederlands elftal weer van de partij. In Berlijn voerde De Waal als eerste hockeyer de olympische ploeg aan als vlaggendrager. De Oranje Heren veroverden een bronzen medaille.

Na zijn actieve carrière begon hij in 1940 met mede hockeyer Wim van Erven Dorens de verzekeringsmaatschappij Dorens en De Waal Assurantiën. In 2015 vierde het bedrijf, inmiddels DDW Group, zijn 75-jarige bestaan en staat kleinzoon Fabrice aan het hoofd.

Naar Helsinki

Ondanks zijn drukke werkzaamheden bleef De Waal het Nederlands elftal volgen. Op eigen gelegenheid reisde hij in 1952 naar Helsinki. Op verzoek van de bond hield hij een oogje in het zeil. Het vertrouwen was niet groot. Het team was al aan de oude kant en incasseerde veel tegendoelpunten. Met het tactisch vernuft van De Waal en diens leiderschapskwaliteiten pakten de Oranje Heren opnieuw een zilveren medaille.

Foto: Hockey Sport

Daarna werd De Waal officieel aangesteld als bondscoach en hij had snode plannen met Oranje. In 1956 wilde hij in het Australische Melbourne een greep naar de olympische titel doen. De Waal koos voor een grondige voorbereiding. De internationals scheidden zich met instemming van de bond af van hun clubs en de staf werd uitgebreid met een looptrainer, masseur en assistent-trainer. De resultaten waren ook goed. Na Helsinki verloor de ploeg slechts vier van de 28 duels.

Deceptie

De ploeg leek klaar voor een greep naar de macht, maar het Nederlands Olympisch Comité besloot anders. De Russische inval in Hongarije was voor het NOC de reden om de Spelen in Australië te boycotten. De Waal probeerde tevergeefs de bestuurders nog op andere gedachten te brengen. Geen Spelen. Geen goud. Niet veel later legde De Waal zijn functie neer. De ontgoocheling was zo groot, dat hij zich zelden meer liet zien op het hockeyveld.


Wat vind jij? Praat mee...