Hockeymonoloog Teun Rohof: ‘Zaalseizoen moet van november tot maart’

In de serie ‘De liefde voor hockey’ praten hockeyers in een monoloog over hun carrière en de liefde voor het spel. Verdediger Teun Rohof (34) is de geslepen routinier van het Nederlands zaalteam. Met Oranje werd hij wereldkampioen in 2015. De speler van Amsterdam ziet graag dat het zaalseizoen drastisch verlengd wordt.

‘Elk jaar is mijn liefde voor de zaal weer iets groter geworden. Bij Oranje-Zwart vond ik het leuk, maar stond ik in de spits en had ik minder invloed op het spel. Wij hadden bij Oranje-Zwart Christian Kurtz. Onze rechtsachter. Die was niet normaal goed. Van hem heb ik de eerste echte kneepjes van het vak geleerd. Hij was iemand van de slapshot passjes: niet slepen, maar ook niet slaan. Daarmee kon hij, met zijn handen iets uit elkaar, heel hard passen.’

‘Vanaf rechtsachter scoorde Kurtz altijd een paar goals per wedstrijd. Ook uit strafcorners. Hij was niet snel, maar kon goed pielen en wist waar de ruimte lag. Hij was heel technisch. Ik ben meer iemand die hard rent. Sinds Kurtz wilde ik ook rechtsachter staan. Dat is gelukt. Elke bal uitnemen en callen wat je als team gaat doen. Dat is wat we in internationale wedstrijden nog weleens doen, als de tegenstanders ons niet verstaan. Hardop roepen wat je getraind hebt en wat het plan is. En dat vlekkeloos uitvoeren. Heerlijk.’

De wereldkampioenen zaal in Leipzig. Midden Teun Rohof. Foto: Koen Suyk

Zaalhockey is schaken

‘De essentie van zaalhockey is de tactiek. Het is een schaakspel. Ik kan zelf niet goed schaken, maar wel zaalhockeyen. In mijn hoofd ben ik nu al weken bezig met verschillende tactieken. Ik heb de beelden van vorig jaar al teruggekeken. Ik denk dat zaalhockey heel spectaculair kan zijn, als alle radertjes werken en de goals er mooi invallen. Mensen zien ook graag hoge uitslagen bij het zaalhockey. 7-5 of zoiets. Maar dat doet mij meestal pijn aan de ogen, want dan worden er te veel fouten gemaakt. Ik wil dat er écht goed wordt gespeeld. Dan blijven de uitslagen laag.’

‘Zaalhockey is voor aanvallers soms een beetje saai, als verdediger is het geweldig. Je passt continu op en neer. Je past als verdediger je positie net wat aan. Je volgt de ogen van de aanvallers. Dan is het wachten tot je moet toeslaan. Onze oude bondscoach Robin Rösch noemde dat altijd: ‘Voorbereiden, manipuleren en afmaken.’ Nog één keertje extra breed, zodat de aanvaller het niet kan belopen, en dan gáán.’

‘Robin heeft als coach altijd geloofd in die wereldtitel van 2015. Hij heeft het altijd gezegd. Wij geloofden er misschien niet in, maar wij geloofden wél in Robin. Er zat toen ook veel mee. Duitsland was wat minder goed en bij ons klopte het gewoon. De juiste spelers piekten. Keeper Laurens Goedegebuure, Bjorn Kellerman was in wereldvorm. Robert van de Peppel, Robert Tigges. Robin heeft ons alles geleerd, en nog meer. Ik heb de laatste jaren nog vaak met Robin overlegd over verschillende situaties en hem gevraagd wat hij van bepaalde tactieken vindt.’

Christian Kurtz met Robin Rösch. Assistent en bondscoach tijdens WK 2015. De inspiratiebronnen van Teun Rohof. Foto: Koen Suyk

‘De opleiding in de zaal kan veel beter’

‘Sinds het WK in Leipzig vind ik zaalhockey gewoon mooier dan veldhockey. Je hebt als speler meer invloed in de zaal dan op het veld. De beste zaalspeler waar ik tegen gespeeld heb is Moritz Fürste. Hij is groot en sterk en hij komt altijd op het juiste moment voor zijn man. Daarnaast heb je jongens als Benjamin en Timo Wess. Het is niet normaal hoe zij samenspelen. Ze hoeven maar een knikje te geven en dan ligt die bal al bij elkaar in de stick. Benjamin Stanzl (Oranje-Rood, wereldkampioen met Oostenrijk, red.) is van wereldniveau. Tigges is geweldig. Nicki Leijs (allebei Amsterdam). Daarna komt er een tijd niets. Ik vind het wel mooi dat talenten als Timo Goor (Rotterdam) en Tijmen Reijenga (Den Bosch) nu bij het Nederlands zaalteam zitten. Die zijn echt heel goed.’

‘Door de opkomst van meer blaashallen denk ik dat het zaalhockey de komende jaren naar een steeds hoger niveau zal gaan. Het is leuk om te zien dat er in de jeugd veel wordt gespeeld, hoewel ik vind dat er echt veel minder lijn zit in het systeem en de tactiek. In de jeugd is zaalhockey toch vooral veel pielen. Als ze dan de stap van de jeugd naar de senioren maken, blijkt dat toch lastig. De opleiding in de zaal kan veel beter. Iedereen doet vaak maar wat.’

Rotterdam, NK Zaalhockey Rotterdam, Heren 1, Amsterdam – Rotterdam 7-1, Robert Tigges en Teun Rohof.

Oranje kan niet de beste hallen huren

‘Het is jammer voor het Nederlands elftal dat zaalhockey geen erkende zaalsport is. Daardoor staan wij altijd achteraan in de rij als het om het reserveren van de beste hallen gaat: Sporthallen Zuid, Almere en Rotterdam. De ‘echte’ zaalsporten gaan altijd voor. Nu gaan we met Oranje bij Olympos in Utrecht trainen. Dat is jammer. Als je officieel een zaalsport bent, krijg je meer rechten, dus dat zou mijn voorkeur hebben.’

‘Wij hebben met Amsterdam op 8 december onze laatste wedstrijd gespeeld. Het veldseizoen is nu veel te lang. Het perfecte zaalseizoen duurt van november tot en met maart. Half november stoppen met het veld en dan de zaal in, zou ideaal zijn. Dan heb je een wat langer seizoen. En dan één competitiewedstrijd per dag spelen. Twee keer een half uur, in de beste zalen van Nederland. Met twee keer dertig minuten krijg je ook veel meer die vermoeidsheidsslag. Met Robert Tigges heb ik er het ook over gehad dat we het liefst een shotclock zien (zoals in de NBA, red.). Dan zul je toch meer moeten aanvallen. Die shotclock mag best kort zijn. In een minuut tijd kan er zo drie keer gescoord worden.’

Teun Rohof passeert de Oostenrijker Manuel Grandits, tijdens de troostfinale om het brons bij de mannen tussen Nederland en Oostenrijk (3-5) bij het EK Zaalhockey in Leipzig. Nederland eindigt op een vierde plaats. Foto: Koen Suyk

‘Wij gaan in januari het EK spelen met het Nederlands zaalteam. Volgend jaar is het WK misschien in Uruguay of Zwitserland. Als ik dat hoor, denk ik meteen dat ik dat ook graag wil spelen. Als we ons kwalificeren, dagdroom ik zo weer naar 2015. Maar misschien stop ik wel. Het is ook goed voor anderen om op te staan. Zolang we die echte zaalkennis maar kunnen overdragen op de volgende generatie.’

Teun Rohof werd met Oranje Zwart vier landskampioen. Met Amsterdam zeven keer. Hij speelt in het Nederlands zaalteam en coacht in de zaal Hurley Dames 1. 

Lees ook andere hockeymonologen:


2 Reacties

  1. Nvanas012

    Nvanas012

    No Thanks

  2. conegut

    conegut

    Een boegbeeld voor het zaalhockey, weet alleen niet of hij te lang doorgaat. Nog een WK zou uniek zijn, maar zoals hij zelf zegt moeten andere het overnemen. Hopelijk worden hij en Tigges onderdeel van het zaalhockey beleid bij de KNHB. Enthousiasme van jeugd doorvertalen naar opleiding internationale toppers.


Wat vind jij? Praat mee...