Zaalhockeymonoloog Tigges: ‘Iets oudere houten vloeren. Heerlijk’

Robert Tigges. Misschien wel de beste zaalhockeyer van Nederland. De afgelopen vier jaar werd hij met Amsterdam landskampioen. Met Oranje pakte Tigges (34) in 2015 de wereldtitel. Met 29 doelpunten staat hij op eenzame hoogte in de Hoofdklasse. Hockey.nl vroeg het zaalhockeydier aan de vooravond van het NK Zaalhockey naar zijn liefde voor het hallenhockey.

‘Voor mij is de lekkerste ondergrond een houten vloer, die iets ouder is en van verschillende soorten hout. Als houten zalen ietsje ouder zijn, worden ze ietsje stroever en zijn ze heerlijk. Soms heb je een zaal die net in de olie is gezet, dan wil je dribbelen en glijdt de bal van je stick af. De houten hoofdhal in Almere is fantastisch. Die ligt er al wat langer. Als je daar een bal aanneemt, blijft de bal altijd laag. In de topsporthal in Rotterdam is de bovenste hal ook zo’n zaal met een heerlijke ondergrond. Een goede zwevende vloer. Er zit een extra laag onder het veld, waardoor elke bal doodvalt. Dan zit je niet te kloten met stuitertjes. Ook zaal 1 is prima, hoewel er hout is ingelegd speciaal voor het basketbal, waardoor het op die plekken net weer anders rolt.’

‘Er mag best een discussie zijn over de verschillende zalen in Nederland. Het zou goed zijn als we daar nu eens echt met z’n allen eens voor gaan zitten. Hoe maken we het zaalhockey in Nederland nog aantrekkelijker? Dat is niet spelen in Vianen of in Leimuiden, op zo’n gymzaalvloer, waar de bal alleen maar stuitert. Kijk maar eens op YouTube naar beelden van de Bundesliga in Duitsland. Daar spelen ze nooit op slechte vloeren. Daar spelen ze minimaal altijd op zo’n vloer als de tweede zaal in Rotterdam. Altijd met een goede onderlaag. Ook zijn de verschillende kleuren lijnen verwarrend, die er in de Nederlandse zalen in te vinden zijn voor de verschillende sporten. Wederom: kijk naar de hallen in Duitsland. Als wij play-offs en finales spelen in Nederland, moet er toch wel een mooie vloer kunnen worden neergelegd, door een vloerenbedrijf die de hele dag sponsort. Een nieuwe vloer, met alleen maar zaalhockeylijnen. Het liefst in de kleur blauw van topsporthal 2 in Rotterdam. Het liefst speel ik ook met een gele bal, die niet helemaal nieuw is. Een beetje gebruikt, zodat-ie helemaal perfect aan je stick blijft plakken.’

Tigges in zijn geliefde zaal in Almere. Amsterdam-Den Bosch (m). Robert Tigges (A’dam) met Tijmen Reijenga (Den Bosch) TopsportCentrum Almere. Foto: Koen Suyk

‘Ik geniet zelf van lepe zaalgoals’

‘Voor mij is de essentie van het zaalhockey vooral veel passen in plaats van rennen met de bal. Speciale zaalhockeytrucs en technieken in de laatste fase bij het goal maken het verschil. De beste teams zijn de teams die het beste kunnen verdedigen en kunnen counteren. Kijk maar naar wereldkampioen Oostenrijk. Zij hebben het beste defensieve plan en twee of drie jongens die kunnen counteren of een corner hebben. Een goede fastbreak is heel vet om te zien. Maar ik geniet zelf ook van lepe zaalgoals. Goals, waarin je ziet dat teams of spelers geïnvesteerd hebben in het zaalhockey. Kleine zaaltrucs. Over de achterlijn lopen, doen alsof je passt en dan zonder te kijken de bal achter de keeper prikken. Of uit de draai vallend scoren. Dat heb ik tot in den treure getraind. Dat zijn de speciale zaalhockeytechnieken, die het verschil maken. Zaalhockey is een schitterend spel, waar het niet om jezelf gaat en om vier of man voorbij lopen met een solo. Het gaat om die combinaties, die patroontjes.’

‘Er worden veel strafcorners gescoord in het zaalhockey. Maar ik denk niet te veel. Misschien alleen in de Nederlandse Hoofdklasse. Als teams maar twee keer een uurtje per week trainen in de zaal – als ze dat al halen-  gaan ze niet op de strafcornerverdediging oefenen. Zoveel Nederlandse teams kunnen nog een grote slag slaan door de corner verdedigend beter in te richten. Kijk hoe Duitsers de strafcorner uitlopen. Die gaan met vijf man, met vol overgave en volle bepakking. In Nederland hebben de meeste teams geen serieuze lijnstopper. Toen wij met het Nederlands elftal wereldkampioen werden in 2015, waren wij met elk detail bezig van de corner. Wij hadden gesprekken, die gingen tot in detail: ik zet mijn voet zo neer bij het uitlopen, dan kun jij je voet zo naast me indraaien, dan scheelt dat drie milliseconde bij het uitlopen.’

Robert Tigges in de halve finale van het NK Zaal 2018. Foto: Koen Suyk

‘Met een zaalstick heb je zoveel gevoel’

‘Eigenlijk was ik vanaf de eerste keer in de zaal verkocht. Sindsdien heb ik altijd serieus meegedaan. Al in november heb ik het er op het veld met mijn teamgenoten over: kunnen we al bijna de hal in? Mijn ouders moesten in de winterstop altijd rekening houden met de skivakantie, wanneer ik moest zaalhockeyen. Ik hou van het flitsende, het snelle van het zaalhockey. Ik ben ooit begonnen als zaalinternational om door te stromen naar het veld. Dat is niet gelukt, maar ik ben wel een enorme zaalliefhebber geworden. Dáár heb ik wel het hoogste podium gehaald. Het is een inkopper, maar het is zo’n dynamisch, flitsend spel. Waar het genieten is van teams die helemaal op elkaar zijn ingespeeld.’

‘Als klein jochie speelde ik op Pollux, daar deden we niet eens aan zaalhockey. Dat gebeurde pas toen ik bij Rotterdam kwam, in jongens B1. Als kleine jongen had ik in het veld in het begin nog moeite om mee te komen bij mijn nieuwe club. In de zaal had ik het meteen al makkelijker. Ik had veel meer balcontacten en was meteen heel erg betrokken bij het spel. Dat gaf mij een boost voor de rest van het hele jaar. Vijftien jaar is eigenlijk heel laat om in de zaal te beginnen. Ik had alleen op de gymles op school weleens gezaalhockeyd. Toen we met Rotterdam jongens B1 de zaal ingingen, heb ik in de winkel meteen alles aangeschaft. Een houten stick, die ik nog gebruikt heb totdat we met het Nederlands zaalteam serieus gingen trainen. Toen brak die stick snel, omdat we de eerste training met nota bene Kookaburra ballen trainden aangezien er geen zaalballen waren. Dat was natuurlijk amateurisme ten top, we hebben het daar met oudere jongens als Daan Meurer en Daan van der Wilk nog steeds over. Ook heb ik al twaalf jaar dezelfde zaalhandschoen, die met tape aan elkaar wordt gehouden.’

‘Met een zaalstick heb je zoveel gevoel. Zo’n stick kun je nooit zomaar weg doen. Ik heb een paar jaar geleden acht dezelfde sticks gekregen van mijn sponsor. Kunststof, maar niet van dat harde carbon. Ze zijn flinterdun, met heel veel gevoel. Niet te krom en 37,5 inch. Ze hadden laatst nog zo’n exemplaar voor mij gevonden. Die kreeg ik meteen opgestuurd, daar ben ik heel blij mee. Want die stijfheid van een nieuwe voel je. Die heb ik meteen gebombardeerd tot nieuwe stick. Ik doe verder weinig met mijn stick. Eén stukje tape om de dop en een stukje onderaan. Verder geen bijgeloof.’

Robert Tigges, met links Boris Burkhardt en rechts Teun Rohof. NK Zaalhockey 2018 . finale heren Amsterdam-Cartouche (5-4). Robert Tigges (Adam) heeft gescoord. Foto: Koen Suyk

Benni Wess is de beste, volgens Tigges

‘De Duitser Benni Wess, dat is de beste zaalhockeyer die ik ooit heb gezien. Ongelofelijk. Die heeft alles. Hij is snel, handig, heeft een goed schot, forehand, backhand, corner, kan goed verdedigen en heeft een versnelling in een versnelling. Toen hij een keer meedeed bij onze wedstrijden in Zuid-Afrika, gebruikte hij zo’n typisch Duitse techniek. Een second steal: dan gaf hij de bal expres weg aan de verdediger om hem daarna weer af te pakken. ‘Daar trainen wij gewoon op hoor’, legde hij uit. Ook met bondscoach Robin Rösch deden we de raarste dingen. Zaalhockey zit in de details, in centimeters. Dan zei Robin in een bespreking dat een aanvaller een meter meer naar buiten moest staan, zodat een pass binnendoor wél zou lukken. En dat gebeurde dan altijd zo in de wedstrijd.’

‘Er zijn meer spelers waar ik zo van kan genieten. Moritz Fürste is ook nog steeds zo goed. Hij maakt zo makkelijk goals, met zoveel slimheid, zoveel bagage. Benjamin Stanzl (Oostenrijk, Oranje-Rood, red.) is een enorm goede hockeyer, hij is de motor van wereldkampioen Oostenrijk. Dariusz Rachwalski, de captain van Polen. Fe-no-me-naal. In het zaalhockey zie je snel wie de dirigent is van de ploeg. Dat was Rachwalski bij Polen bij het WK 2011 in Poznan. Ik denk dat we bij Amsterdam een echt uitgebalanceerd team hebben, met niet één dirigent. Natuurlijk noem ik hier ook teamgenoten op die geweldig zijn. Teun Rohof is een van de beste verdedigers in het zaalhockey, Nicki Leijs ook. Boris Burkhardt heeft het zaalhockey nu volledig onder de knie, net als gasten als Niek Merkus en Caspar van Dijk.’

Robert Tigges in actie tijdens de gewonnen halve finale van het WK 2015, tegen Duitsland. Foto: Hockeyfoto.nu/Bart Scheulderman

‘Zaterdag wordt een hele mooie dag. De opzet van het NK is absoluut beter nu, met de jeugd erbij en alle finales. Kampong (de tegenstander in de halve finale, red.) heeft een jonge ploeg, is onvoorspelbaar maar zal ook ontzag voor ons hebben. Het is leuk dat Stanzl erbij is met Oranje-Rood. Tegen SCHC hebben we in de competitie twee keer gelijk gespeeld, twee keer in de laatste seconde gelijk gemaakt. Dat is een goede, superfitte ploeg. Wie Amsterdam gaat stoppen? Ik denk dat de teams steeds dichter bij elkaar komen.’

‘Toen we in 2015 wereldkampioen werden in de zaal, was dat de kroon op mijn hockeycarrière. Natuurlijk vind ik het leuk dat ik weer genomineerd ben tot beste zaalhockeyer van Nederland. Maar ik weet niet of dit een titel is voor de beste zaalhockeyer of de populairste zaalhockeyer. Sommige clubs zijn fanatieker met online stemmen. Ik zou het mooier en eerlijker vinden als je het oordeel van coaches en spelers meeneemt in deze verkiezing. Ik zou het wel leuk vinden om een keer deze titel te winnen, maar uiteindelijk draait het natuurlijk om de landstitel winnen met mijn teamgenoten.’

Hier kun je vanaf zaterdag 7:00 op Robert Tigges en andere genomineerden stemmen als beste zaalhockeyer.

Lees ook:

 

 


8 Reacties

  1. n.a.l.hendriks@ziggo.nl

    niekhendriks

    In Duitsland hebben ze bijna alleen maar zwevende vloeren. Echt top om op te spelen en maakt het voor de scheidsrechters ook veel makkelijker. Balken en vloer hebben in Duitsland de hoogste prioriteit. In Nederland gaat het meer om het uiterlijk van de sporthal en de kantine. Ondergrond en balken doen er niet toe. Verder bouwen ze in Duitsland bij middelbare scholen sporthallen die opgesplitst kunnen worden in drie gymlokalen door de week middels scheidingswanden voor gebruik door de school. ‘s avonds en in de weekenden maken o.a. hockeyverenigingen er gebruik van. In Nederland bouwen we nog steeds separate gymlokalen die niet multifunctioneel zijn en waarin geen wedstrijden gespeeld kunnen worden. Hoe naïef kun je zijn? Neem als KNHB deze boodschap van een raszaalhockeyer als Tigges serieus en ga je inspannen voor deze sport die echte talenten voort brengt!

  2. rancoburgzorg

    rancoburgzorg

    Tigges is een fokking legende. Wat een baas! Zo hard genoten van dit artikel. Hopelijk ontstaat er ooit eens een volwaardige zaalcompetite in Nederland met een goede accommodatie en massa's fans. In Duitsland spelen ze voor een uitzinnige 8.000 man in de Max Schmeling Halle. In ons land trekt zelfs het korfbal in hun competitie 11.000 man in de Ziggo Dome. Maar onze bond (de hotemetoten zitten momenteel druk te wezen in Australie naar het schijnt) zit al jaren te knoeien en te klutsen met het zaalhockey. Een veredelde bezigheidscompetitie. En dat voor een bond met een kwart miljoen aangesloten leden. Treurig.

  3. circlestorm69

    circlestorm69

    Mooi verhaal! Wat een passie straalt hij uit. Hij krijgt mijn stem.

  4. LiesbethZegers

    LiesbethZegers

    Wie gaat/gaan deze zeer mooie sport (denk ook aan jeugd, motorische ontwikkeling) serieus nemen?

  5. makkeproductions@gmail.com

    marc-routs

    Robbert, probeer nog één seizoen in Duitsland te gaan zaalhockeyen! Het liefst in Krefeld. Voor spelers als jou kom ik naar een echte 'zaalhockeyhal'. Genieten op 30 minuten rijden. Maak vervolgens Robin Rösch enthousiast om technisch directeur zaalhockey van de KNHB te worden. Zet de lobby door bij de KNHB om een interessant zaalconcept neer te zetten. Stap binnen bij Ziggo Sport en Nederland is een spectaculaire sport rijker. Met jouw kwaliteiten kan dat binnen vijf jaar lukken! Hulp nodig? Neem gerust contact met me op! Sportieve groet, Marc Routs

    1. PauldeRuijter

      PauldeRuijter

      Ik help zékers te weten mee ... ik ben één keer bij de Duitse Zaalhockeykampioenschappen geweest ... magisch 🏑💖

  6. n.a.l.hendriks@ziggo.nl

    niekhendriks

    En experimenteer ook eens met balken op de achterlijn want dan wordt het helemaal driebanden en spectaculair... misschien iets te vooruitstrevend maar volgens mij zeker een experiment waard

  7. Nuchterrr

    Nuchterrr

    Pak dit nou eens serieus op ,we zitten weer te wachten ....slokje wijn ,leuk feestjiee gebeurt ere weer nix kijk naar beneden het Hockeyvolk is er klaar iedereen heeft ervoor gestemd PVD voor hoelang moeten we nog wachten hrrr. oh ja ze hebben allemaal een funktie voor de BUnne Zien jullie niet hoe leuk en fantastisch dit is komen jullie belangen weer in de knel oh my ... blablabla jullie nemen deze topsporters niet serieus ,jullie zijn de grapjassen.


Wat vind jij? Praat mee...